monopolie
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het geheel beheersen van een markt door een enkele leverancier
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| monopolies | meervoud |
| monopolietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| monopolietjes | verkleinwoord, meervoud |
| monopoliën | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van monopoliën
- gebiedende wijs van monopoliën
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van monopoliën
Vervoeging van monopolie
monopoliehele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘alleenrecht tot verkoop’ voor het eerst aangetroffen in 1698
Woordfamilie van monopolie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| monopolies | meervoud | monopolie |
| monopolietje | verkleinwoord | monopolie |
| monopolietjes | verkleinwoord meervoud | monopolie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van monopolie zijn vastgelegd.