Naar de inhoud

monopoliseren

tot een monopolie maken

monopoliseren

werkwoord

Betekenis

  1. tot een monopolie maken

Vervoeging van monopoliseren

monopoliserenhele werkwoord — monopoliseerdeverleden tijd enkelvoud — monopoliseerdenverleden tijd meervoud — gemonopoliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik monopoliseer monopoliseerde
jij monopoliseert monopoliseerde
hij, zij, het monopoliseert monopoliseerde
wij monopoliseren monopoliseerden
jullie monopoliseren monopoliseerden
zij monopoliseren monopoliseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gemonopoliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemonopoliseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemonopoliseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemonopoliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemonopoliseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemonopoliseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemonopoliseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemonopoliseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemonopoliseerd verleden tijd, deelwoord
gemonopoliseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemonopoliseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemonopoliseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemonopoliseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemonopoliseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemonopoliseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemonopoliseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemonopoliseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemonopoliseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemonopoliseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemonopoliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
monopoliseer gebiedende wijs
monopoliseerde verleden tijd
monopolisere aanvoegende wijs
monopoliserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemonopoliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te monopoliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen monopoliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gemonopoliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gemonopoliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gemonopoliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gemonopoliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gemonopoliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gemonopoliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gemonopoliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gemonopoliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gemonopoliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gemonopoliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gemonopoliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gemonopoliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gemonopoliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gemonopoliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gemonopoliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemonopoliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemonopoliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gemonopoliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemonopoliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gemonopoliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemonopoliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gemonopoliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gemonopoliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemonopoliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemonopoliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gemonopoliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemonopoliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gemonopoliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemonopoliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemonopoliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemonopoliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemonopoliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemonopoliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemonopoliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemonopoliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gemonopoliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gemonopoliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemonopoliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemonopoliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemonopoliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemonopoliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemonopoliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemonopoliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemonopoliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemonopoliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemonopoliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemonopoliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gemonopoliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gemonopoliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemonopoliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemonopoliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemonopoliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen monopoliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemonopoliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemonopoliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemonopoliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult monopoliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tot een monopolie maken’ voor het eerst aangetroffen in 1865

Woordfamilie van monopoliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemonopoliseerd voltooid deelwoord monopoliseren
gemonopoliseerde woordvorm monopoliseren
monopoliseer gebiedende wijs monopoliseren
monopoliseerde verleden tijd monopoliseren
monopoliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon monopoliseren
monopoliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon monopoliseren
monopolisere aanvoegende wijs monopoliseren
monopoliserend onvoltooid deelwoord monopoliseren
monopoliserende woordvorm monopoliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van monopoliseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over monopoliseren

Wat betekent monopoliseren?
Monopoliseren is een werkwoord. Het woord betekent: tot een monopolie maken.
Hoe vervoeg je monopoliseren?
Je vervoegt monopoliseren als volgt: de tegenwoordige tijd is monopoliseer, de verleden tijd is monopoliseerde en het voltooid deelwoord is gemonopoliseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord monopoliseren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. O 1
  3. N 1
  4. O 1
  5. P 3
  6. O 1
  7. L 3
  8. I 1
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

monopoliseren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. O 1
  3. N 1
  4. O 1
  5. P 4
  6. O 1
  7. L 3
  8. I 2
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 23 zonder bonus
  15. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

monopoliseren in het kort

monopoliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van monopoliseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort monopoliseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

monopoliseren: tot een monopolie maken
Deel monopoliseren — standaardnederlands.nl