meedrinken
werkwoordBetekenis
- deelnemen in een groep mensen die drinken
- bij het drinken naar binnen krijgen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van meedrinken
meedrinkenhele werkwoord — dronk meeverleden tijd enkelvoud — dronken meeverleden tijd meervoud — meegedronkenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drink mee | dronk mee |
| jij | drinkt mee | dronk mee |
| hij, zij, het | drinkt mee | dronk mee |
| wij | drinken mee | dronken mee |
| jullie | drinken mee | dronken mee |
| zij | drinken mee | dronken mee |
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| drink mee | gebiedende wijs |
| dronk mee | verleden tijd |
| er is meegedronken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was meegedronken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd meegedronken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt meegedronken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal meegedronken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal meegedronken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou meegedronken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou meegedronken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had meegedronken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had meegedronken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had meegedronken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden meegedronken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden meegedronken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden meegedronken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt meegedronken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb meegedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegedronken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben meegedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben meegedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt meegedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mee te drinken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mee te zullen drinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mee zal drinken | bijzin, toekomende tijd |
| mee zou drinken | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zouden drinken | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zoudt drinken | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zullen drinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mee zullen drinken | bijzin, toekomende tijd |
| mee zult drinken | bijzin, toekomende tijd |
| meedrink | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meedrinkend | onvoltooid, deelwoord |
| meedrinkt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meedronk | bijzin, verleden tijd |
| meedronken | bijzin, verleden tijd |
| meedronkt | bijzin, verleden tijd |
| meegedronken | verleden tijd, deelwoord |
| meegedronken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| meegedronken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben meegedronken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen meedrinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal meedrinken | bijzin, toekomende tijd |
| zal meegedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal meegedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal meegedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou meedrinken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou meegedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou meegedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou meegedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) meedrinken mee zou(dt) drinken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden meedrinken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meegedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden meegedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden meegedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt meedrinken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt meegedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen meedrinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen meedrinken | bijzin, toekomende tijd |
| zullen meegedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen meegedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen meegedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult meedrinken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult meedrinken | bijzin, toekomende tijd |
| zult meegedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal meedrinken mee zult/zal drinken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van mee bw en drinken ww
Woordfamilie van meedrinken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drink mee | gebiedende wijs | meedrinken |
| drinke mee | woordvorm | meedrinken |
| drinken mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | meedrinken |
| drinkt mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | meedrinken |
| dronk mee | verleden tijd | meedrinken |
| dronken mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | meedrinken |
| meedrink | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meedrinken |
| meedrinke | with-subordinate-clause | meedrinken |
| meedrinkend | onvoltooid deelwoord | meedrinken |
| meedrinkende | woordvorm | meedrinken |
| meedrinkt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meedrinken |
| meedronk | subordinate-clause, verleden tijd | meedrinken |
| meedronken | subordinate-clause, verleden tijd | meedrinken |
| meegedronken | voltooid deelwoord | meedrinken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meedrinken zijn vastgelegd.