meedrijven
werkwoordBetekenis
- drijvend meegevoerd worden
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van meedrijven
meedrijvenhele werkwoord — dreef meeverleden tijd enkelvoud — dreven meeverleden tijd meervoud — meegedrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drijf mee | dreef mee |
| jij | drijft mee | dreef mee |
| hij, zij, het | drijft mee | dreef mee |
| wij | drijven mee | dreven mee |
| jullie | drijven mee | dreven mee |
| zij | drijven mee | dreven mee |
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben meegedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent meegedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dreef mee | verleden tijd |
| drijf mee | gebiedende wijs |
| ev. | gebiedende wijs |
| is meegedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is meegedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mee te drijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mee te zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mee zal drijven | bijzin, toekomende tijd |
| mee zou drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zouden drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zoudt drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mee zullen drijven | bijzin, toekomende tijd |
| mee zult drijven | bijzin, toekomende tijd |
| meedreef | bijzin, verleden tijd |
| meedreeft | bijzin, verleden tijd |
| meedreven | bijzin, verleden tijd |
| meedrijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meedrijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meedrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| meegedreven | verleden tijd, deelwoord |
| meegedreven te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| meegedreven zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te zijn meegedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen meedrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart meegedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren meegedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren meegedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren meegedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was meegedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was meegedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was meegedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal meedrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zal meegedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal meegedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal meegedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn meegedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn meegedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn meegedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn meegedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt meegedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou meedrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou meegedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou meegedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou meegedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) meedrijven mee zou(dt) drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden meedrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meegedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden meegedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden meegedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt meedrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt meegedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen meedrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen meedrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zullen meegedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen meegedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen meegedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult meedrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult meedrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zult meegedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal meedrijven mee zult/zal drijven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van mee bw en drijven ww
Woordfamilie van meedrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dreef mee | verleden tijd | meedrijven |
| dreven mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | meedrijven |
| drijf mee | gebiedende wijs | meedrijven |
| drijft mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | meedrijven |
| drijve mee | woordvorm | meedrijven |
| drijven mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | meedrijven |
| meedreef | subordinate-clause, verleden tijd | meedrijven |
| meedreven | subordinate-clause, verleden tijd | meedrijven |
| meedrijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meedrijven |
| meedrijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meedrijven |
| meedrijve | with-subordinate-clause | meedrijven |
| meedrijvend | onvoltooid deelwoord | meedrijven |
| meedrijvende | woordvorm | meedrijven |
| meegedreven | voltooid deelwoord | meedrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meedrijven zijn vastgelegd.