Naar de inhoud

meediscussiëren

deelnemen aan een discussie

meediscussiëren

werkwoord /meːdɪskʏsieːrən/

Betekenis

  1. deelnemen aan een discussie
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je meediscussiëren uit?

/medɪskʏsierən/

Meediscussiëren bestaat uit vijf lettergrepen.

De tekens in /medɪskʏsierən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
e veel
d dak
ɪ pit
s sok
k kat
ʏ put
i riet
r rood
ə de
n nek

Vervoeging van meediscussiëren

meediscussiërenhele werkwoord — discussieerde meeverleden tijd enkelvoud — discussieerden meeverleden tijd meervoud — meegediscussieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik discussieer mee discussieerde mee
jij discussieert mee discussieerde mee
hij, zij, het discussieert mee discussieerde mee
wij discussiëren mee discussieerden mee
jullie discussiëren mee discussieerden mee
zij discussiëren mee discussieerden mee
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
discussieer mee gebiedende wijs
discussieerde mee verleden tijd
er is meegediscussieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was meegediscussieerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd meegediscussieerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt meegediscussieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal meegediscussieerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal meegediscussieerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou meegediscussieerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou meegediscussieerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had meegediscussieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had meegediscussieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had meegediscussieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden meegediscussieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden meegediscussieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden meegediscussieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt meegediscussieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb meegediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegediscussieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben meegediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben meegediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt meegediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mee te discussiëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mee te zullen discussiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mee zal discussiëren bijzin, toekomende tijd
mee zou discussiëren bijzin, voorwaardelijk
mee zouden discussiëren bijzin, voorwaardelijk
mee zoudt discussiëren bijzin, voorwaardelijk
mee zullen discussiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mee zullen discussiëren bijzin, toekomende tijd
mee zult discussiëren bijzin, toekomende tijd
meediscussieer bijzin, tegenwoordige tijd
meediscussieerde bijzin, verleden tijd
meediscussieerden bijzin, verleden tijd
meediscussieert bijzin, tegenwoordige tijd
meediscussiërend onvoltooid, deelwoord
meegediscussieerd verleden tijd, deelwoord
meegediscussieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegediscussieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben meegediscussieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen meediscussiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal meediscussiëren bijzin, toekomende tijd
zal meegediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal meegediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou meediscussiëren bijzin, voorwaardelijk
zou meegediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) meediscussiëren mee zou(dt) discussiëren bijzin, voorwaardelijk
zouden meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden meediscussiëren bijzin, voorwaardelijk
zouden meegediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt meediscussiëren bijzin, voorwaardelijk
zoudt meegediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen meediscussiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen meediscussiëren bijzin, toekomende tijd
zullen meegediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult meediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult meediscussiëren bijzin, toekomende tijd
zult meegediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal meediscussiëren mee zult/zal discussiëren bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van mee bw en discussiëren ww

Woordfamilie van meediscussiëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
discussieer mee gebiedende wijs meediscussiëren
discussieerde mee verleden tijd meediscussiëren
discussieerden mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon meediscussiëren
discussieert mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon meediscussiëren
discussiëre mee woordvorm meediscussiëren
discussiëren mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon meediscussiëren
meediscussieer subordinate-clause, tegenwoordige tijd meediscussiëren
meediscussieerde subordinate-clause, verleden tijd meediscussiëren
meediscussieerden subordinate-clause, verleden tijd meediscussiëren
meediscussieert subordinate-clause, tegenwoordige tijd meediscussiëren
meediscussiëre with-subordinate-clause meediscussiëren
meediscussiërend onvoltooid deelwoord meediscussiëren
meediscussiërende woordvorm meediscussiëren
meegediscussieerd voltooid deelwoord meediscussiëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meediscussiëren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over meediscussiëren

Hoe spreek ik meediscussiëren uit?
Zo spreek je meediscussiëren uit: /meːdɪskʏsieːrən/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van meediscussiëren?
Meediscussiëren is een werkwoord. De betekenis is: deelnemen aan een discussie. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik meediscussiëren?
Zo vervoeg je meediscussiëren zo: het voltooid deelwoord is meegediscussieerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord meediscussiëren is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. I 1
  6. S 2
  7. C 5
  8. U 4
  9. S 2
  10. S 2
  11. I 1
  12. E 1
  13. R 2
  14. E 1
  15. N 1
  16. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

meediscussiëren levert met Wordfeud minimaal 29 en maximaal 117 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. I 2
  6. S 2
  7. C 5
  8. U 2
  9. S 2
  10. S 2
  11. I 2
  12. E 1
  13. R 2
  14. E 1
  15. N 1
  16. 29 zonder bonus
  17. 117 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

meediscussiëren in het kort

meediscussiëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van meediscussiëren staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort meediscussiëren bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

meediscussiëren: deelnemen aan een discussie
Deel meediscussiëren — standaardnederlands.nl