Naar de inhoud

meedoen

tegelijk met anderen iets doen

meedoen

werkwoord ˈmedun

Betekenis

  1. tegelijk met anderen iets doen

Hoe spreek je meedoen uit?

/ˈmedun/

Meedoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmedun/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
e veel
d dak
u boek
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van meedoen

meedoenhele werkwoord — deed meeverleden tijd enkelvoud — deden meeverleden tijd meervoud — meegedaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doe mee deed mee
jij doet mee deed mee
hij, zij, het doet mee deed mee
wij doen mee deden mee
jullie doen mee deden mee
zij doen mee deden mee
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
deden mee verleden tijd
deed mee verleden tijd
doe mee gebiedende wijs
ev. gebiedende wijs
had meegedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had meegedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had meegedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden meegedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden meegedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden meegedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt meegedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb meegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegedaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben meegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben meegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt meegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mee te doen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mee te zullen doen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mee zal doen bijzin, toekomende tijd
mee zou doen bijzin, voorwaardelijk
mee zouden doen bijzin, voorwaardelijk
mee zoudt doen bijzin, voorwaardelijk
mee zullen doen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mee zullen doen bijzin, toekomende tijd
mee zult doen bijzin, toekomende tijd
meededen bijzin, verleden tijd
meedeed bijzin, verleden tijd
meedoe bijzin, tegenwoordige tijd
meedoend onvoltooid, deelwoord
meedoet bijzin, tegenwoordige tijd
meegedaan verleden tijd, deelwoord
meegedaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegedaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben meegedaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen meedoen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal meedoen bijzin, toekomende tijd
zal meegedaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal meegedaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou meedoen bijzin, voorwaardelijk
zou meegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) meedoen mee zou(dt) doen bijzin, voorwaardelijk
zouden meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden meedoen bijzin, voorwaardelijk
zouden meegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt meedoen bijzin, voorwaardelijk
zoudt meegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen meedoen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen meedoen bijzin, toekomende tijd
zullen meegedaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegedaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult meedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult meedoen bijzin, toekomende tijd
zult meegedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal meedoen mee zult/zal doen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van mee bw en doen ww

Woordfamilie van meedoen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
deden mee verleden tijd meedoen
deed mee verleden tijd meedoen
doe mee gebiedende wijs meedoen
doen mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon meedoen
doet mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon meedoen
meededen subordinate-clause, verleden tijd meedoen
meedeed subordinate-clause, verleden tijd meedoen
meedoe subordinate-clause, tegenwoordige tijd meedoen
meedoend onvoltooid deelwoord meedoen
meedoende woordvorm meedoen
meedoet subordinate-clause, tegenwoordige tijd meedoen
meegedaan voltooid deelwoord meedoen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meedoen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over meedoen

Hoe spreek ik meedoen uit?
Zo spreek je meedoen uit: /ˈmedun/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van meedoen?
Meedoen is een werkwoord. De betekenis is: tegelijk met anderen iets doen.
Hoe vervoeg ik meedoen?
Zo vervoeg je meedoen zo: het voltooid deelwoord is meegedaan. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord meedoen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

meedoen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 88 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 zonder bonus
  9. 88 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

meedoen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

meedoen in het kort

meedoen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van meedoen staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort meedoen bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

meedoen: tegelijk met anderen iets doen
Deel meedoen — standaardnederlands.nl