meedingen
werkwoordBetekenis
- concurreren, wedijveren
Vervoeging van meedingen
meedingenhele werkwoord — dong meeverleden tijd enkelvoud — dongen meeverleden tijd meervoud — meegedongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ding mee | dong mee |
| jij | dingt mee | dong mee |
| hij, zij, het | dingt mee | dong mee |
| wij | dingen mee | dongen mee |
| jullie | dingen mee | dongen mee |
| zij | dingen mee | dongen mee |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ding mee | gebiedende wijs |
| dong mee | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had meegedongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had meegedongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had meegedongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden meegedongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden meegedongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden meegedongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt meegedongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb meegedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegedongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben meegedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben meegedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt meegedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mee te dingen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mee te zullen dingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mee zal dingen | bijzin, toekomende tijd |
| mee zou dingen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zouden dingen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zoudt dingen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zullen dingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mee zullen dingen | bijzin, toekomende tijd |
| mee zult dingen | bijzin, toekomende tijd |
| meeding | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meedingend | onvoltooid, deelwoord |
| meedingt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meedong | bijzin, verleden tijd |
| meedongen | bijzin, verleden tijd |
| meegedongen | verleden tijd, deelwoord |
| meegedongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| meegedongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben meegedongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen meedingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal meedingen | bijzin, toekomende tijd |
| zal meegedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal meegedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal meegedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou meedingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou meegedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou meegedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou meegedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) meedingen mee zou(dt) dingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden meedingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meegedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden meegedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden meegedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt meedingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt meegedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen meedingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen meedingen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen meegedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen meegedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen meegedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult meedingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult meedingen | bijzin, toekomende tijd |
| zult meegedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal meedingen mee zult/zal dingen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van mee en dingen
Woordfamilie van meedingen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ding mee | gebiedende wijs | meedingen |
| dinge mee | woordvorm | meedingen |
| dingen mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | meedingen |
| dingt mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | meedingen |
| dong mee | verleden tijd | meedingen |
| dongen mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | meedingen |
| meeding | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meedingen |
| meedinge | with-subordinate-clause | meedingen |
| meedingend | onvoltooid deelwoord | meedingen |
| meedingende | woordvorm | meedingen |
| meedingt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meedingen |
| meedong | subordinate-clause, verleden tijd | meedingen |
| meedongen | subordinate-clause, verleden tijd | meedingen |
| meegedongen | voltooid deelwoord | meedingen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meedingen zijn vastgelegd.