Naar de inhoud

meedingen

concurreren, wedijveren

meedingen

werkwoord

Betekenis

  1. concurreren, wedijveren

Vervoeging van meedingen

meedingenhele werkwoord — dong meeverleden tijd enkelvoud — dongen meeverleden tijd meervoud — meegedongenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ding mee dong mee
jij dingt mee dong mee
hij, zij, het dingt mee dong mee
wij dingen mee dongen mee
jullie dingen mee dongen mee
zij dingen mee dongen mee
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ding mee gebiedende wijs
dong mee verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had meegedongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had meegedongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had meegedongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden meegedongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden meegedongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden meegedongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt meegedongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb meegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegedongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben meegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben meegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt meegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mee te dingen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mee te zullen dingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mee zal dingen bijzin, toekomende tijd
mee zou dingen bijzin, voorwaardelijk
mee zouden dingen bijzin, voorwaardelijk
mee zoudt dingen bijzin, voorwaardelijk
mee zullen dingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mee zullen dingen bijzin, toekomende tijd
mee zult dingen bijzin, toekomende tijd
meeding bijzin, tegenwoordige tijd
meedingend onvoltooid, deelwoord
meedingt bijzin, tegenwoordige tijd
meedong bijzin, verleden tijd
meedongen bijzin, verleden tijd
meegedongen verleden tijd, deelwoord
meegedongen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegedongen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben meegedongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen meedingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal meedingen bijzin, toekomende tijd
zal meegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal meegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou meedingen bijzin, voorwaardelijk
zou meegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) meedingen mee zou(dt) dingen bijzin, voorwaardelijk
zouden meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden meedingen bijzin, voorwaardelijk
zouden meegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt meedingen bijzin, voorwaardelijk
zoudt meegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen meedingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen meedingen bijzin, toekomende tijd
zullen meegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult meedingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult meedingen bijzin, toekomende tijd
zult meegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal meedingen mee zult/zal dingen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van mee en dingen

Woordfamilie van meedingen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ding mee gebiedende wijs meedingen
dinge mee woordvorm meedingen
dingen mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon meedingen
dingt mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon meedingen
dong mee verleden tijd meedingen
dongen mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon meedingen
meeding subordinate-clause, tegenwoordige tijd meedingen
meedinge with-subordinate-clause meedingen
meedingend onvoltooid deelwoord meedingen
meedingende woordvorm meedingen
meedingt subordinate-clause, tegenwoordige tijd meedingen
meedong subordinate-clause, verleden tijd meedingen
meedongen subordinate-clause, verleden tijd meedingen
meegedongen voltooid deelwoord meedingen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meedingen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over meedingen

Wat is de betekenis van meedingen?
Meedingen is een werkwoord. De betekenis is: concurreren, wedijveren.
Hoe vervoeg ik meedingen?
Zo vervoeg je meedingen zo: het voltooid deelwoord is meegedongen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord meedingen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. I 1
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

meedingen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. I 2
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

meedingen in het kort

meedingen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van meedingen staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort meedingen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

meedingen: concurreren, wedijveren
Deel meedingen — standaardnederlands.nl