meedenken
werkwoord ˈmedɛŋkə(n)Betekenis
- participeren in een denkproces
Hoe spreek je meedenken uit?
/ˈmedɛŋkən/
Meedenken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| e | veel |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van meedenken
meedenkenhele werkwoord — dacht meeverleden tijd enkelvoud — dachten meeverleden tijd meervoud — meegedachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | denk mee | dacht mee |
| jij | denkt mee | dacht mee |
| hij, zij, het | denkt mee | dacht mee |
| wij | denken mee | dachten mee |
| jullie | denken mee | dachten mee |
| zij | denken mee | dachten mee |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dacht mee | verleden tijd |
| denk mee | gebiedende wijs |
| er is meegedacht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was meegedacht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd meegedacht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt meegedacht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal meegedacht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal meegedacht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou meegedacht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou meegedacht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had meegedacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had meegedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had meegedacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden meegedacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden meegedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden meegedacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt meegedacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb meegedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegedacht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben meegedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben meegedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt meegedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegedacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mee te denken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mee te zullen denken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mee zal denken | bijzin, toekomende tijd |
| mee zou denken | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zouden denken | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zoudt denken | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zullen denken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mee zullen denken | bijzin, toekomende tijd |
| mee zult denken | bijzin, toekomende tijd |
| meedacht | bijzin, verleden tijd |
| meedachten | bijzin, verleden tijd |
| meedenk | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meedenkend | onvoltooid, deelwoord |
| meedenkt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meegedacht | verleden tijd, deelwoord |
| meegedacht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| meegedacht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben meegedacht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen meedenken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal meedenken | bijzin, toekomende tijd |
| zal meegedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal meegedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal meegedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou meedenken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou meegedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou meegedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou meegedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) meedenken mee zou(dt) denken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden meedenken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meegedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden meegedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden meegedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt meedenken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt meegedacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen meedenken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen meedenken | bijzin, toekomende tijd |
| zullen meegedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen meegedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen meegedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult meedenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult meedenken | bijzin, toekomende tijd |
| zult meegedacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal meedenken mee zult/zal denken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
In de betekenis van ‘met anderen nadenken over een oplossing’ voor het eerst aangetroffen in 1968
Woordfamilie van meedenken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dacht mee | verleden tijd | meedenken |
| dachten mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | meedenken |
| denk mee | gebiedende wijs | meedenken |
| denke mee | woordvorm | meedenken |
| denken mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | meedenken |
| denkt mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | meedenken |
| meedacht | subordinate-clause, verleden tijd | meedenken |
| meedachten | subordinate-clause, verleden tijd | meedenken |
| meedenk | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meedenken |
| meedenke | with-subordinate-clause | meedenken |
| meedenkend | onvoltooid deelwoord | meedenken |
| meedenkende | woordvorm | meedenken |
| meedenkt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meedenken |
| meegedacht | voltooid deelwoord | meedenken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meedenken zijn vastgelegd.