meedeinen
werkwoordBetekenis
- deinend meebewegen (op de maat van de muziek)
- zonder inspanning of verzet gebruikmaken van, deelnemen aan iets, meeliften
Vervoeging van meedeinen
meedeinenhele werkwoord — deinde meeverleden tijd enkelvoud — deinden meeverleden tijd meervoud — meegedeindvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dein mee | deinde mee |
| jij | deint mee | deinde mee |
| hij, zij, het | deint mee | deinde mee |
| wij | deinen mee | deinden mee |
| jullie | deinen mee | deinden mee |
| zij | deinen mee | deinden mee |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dein mee | gebiedende wijs |
| deinde mee | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had meegedeind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had meegedeind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had meegedeind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden meegedeind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden meegedeind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden meegedeind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt meegedeind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb meegedeind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegedeind | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben meegedeind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegedeind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben meegedeind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt meegedeind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegedeind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegedeind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mee te deinen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mee te zullen deinen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mee zal deinen | bijzin, toekomende tijd |
| mee zou deinen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zouden deinen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zoudt deinen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zullen deinen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mee zullen deinen | bijzin, toekomende tijd |
| mee zult deinen | bijzin, toekomende tijd |
| meedein | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meedeinde | bijzin, verleden tijd |
| meedeinden | bijzin, verleden tijd |
| meedeinend | onvoltooid, deelwoord |
| meedeint | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meegedeind | verleden tijd, deelwoord |
| meegedeind te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| meegedeind zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben meegedeind | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen meedeinen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal meedeinen | bijzin, toekomende tijd |
| zal meegedeind hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal meegedeind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal meegedeind hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou meedeinen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou meegedeind hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou meegedeind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou meegedeind hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) meedeinen mee zou(dt) deinen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden meedeinen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meegedeind hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden meegedeind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden meegedeind hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt meedeinen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt meegedeind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen meedeinen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen meedeinen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen meegedeind hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen meegedeind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen meegedeind hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult meedeinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult meedeinen | bijzin, toekomende tijd |
| zult meegedeind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal meedeinen mee zult/zal deinen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van mee en deinen
Woordfamilie van meedeinen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dein mee | gebiedende wijs | meedeinen |
| deinde mee | verleden tijd | meedeinen |
| deinden mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | meedeinen |
| deine mee | woordvorm | meedeinen |
| deinen mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | meedeinen |
| deint mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | meedeinen |
| meedein | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meedeinen |
| meedeinde | subordinate-clause, verleden tijd | meedeinen |
| meedeinden | subordinate-clause, verleden tijd | meedeinen |
| meedeine | with-subordinate-clause | meedeinen |
| meedeinend | onvoltooid deelwoord | meedeinen |
| meedeinende | woordvorm | meedeinen |
| meedeint | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meedeinen |
| meegedeind | voltooid deelwoord | meedeinen |
| meegedeinde | woordvorm | meedeinen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meedeinen zijn vastgelegd.