Naar de inhoud

meedeinen

deinend meebewegen (op de maat van de muziek)

meedeinen

werkwoord

Betekenis

  1. deinend meebewegen (op de maat van de muziek)
  2. zonder inspanning of verzet gebruikmaken van, deelnemen aan iets, meeliften

Vervoeging van meedeinen

meedeinenhele werkwoord — deinde meeverleden tijd enkelvoud — deinden meeverleden tijd meervoud — meegedeindvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dein mee deinde mee
jij deint mee deinde mee
hij, zij, het deint mee deinde mee
wij deinen mee deinden mee
jullie deinen mee deinden mee
zij deinen mee deinden mee
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dein mee gebiedende wijs
deinde mee verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had meegedeind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had meegedeind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had meegedeind voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden meegedeind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden meegedeind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden meegedeind voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt meegedeind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb meegedeind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegedeind actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben meegedeind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegedeind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben meegedeind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt meegedeind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegedeind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegedeind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mee te deinen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mee te zullen deinen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mee zal deinen bijzin, toekomende tijd
mee zou deinen bijzin, voorwaardelijk
mee zouden deinen bijzin, voorwaardelijk
mee zoudt deinen bijzin, voorwaardelijk
mee zullen deinen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mee zullen deinen bijzin, toekomende tijd
mee zult deinen bijzin, toekomende tijd
meedein bijzin, tegenwoordige tijd
meedeinde bijzin, verleden tijd
meedeinden bijzin, verleden tijd
meedeinend onvoltooid, deelwoord
meedeint bijzin, tegenwoordige tijd
meegedeind verleden tijd, deelwoord
meegedeind te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegedeind zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben meegedeind actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen meedeinen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal meedeinen bijzin, toekomende tijd
zal meegedeind hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegedeind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal meegedeind hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou meedeinen bijzin, voorwaardelijk
zou meegedeind hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegedeind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegedeind hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) meedeinen mee zou(dt) deinen bijzin, voorwaardelijk
zouden meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden meedeinen bijzin, voorwaardelijk
zouden meegedeind hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegedeind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegedeind hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt meedeinen bijzin, voorwaardelijk
zoudt meegedeind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen meedeinen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen meedeinen bijzin, toekomende tijd
zullen meegedeind hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegedeind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegedeind hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult meedeinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult meedeinen bijzin, toekomende tijd
zult meegedeind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal meedeinen mee zult/zal deinen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van mee en deinen

Woordfamilie van meedeinen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dein mee gebiedende wijs meedeinen
deinde mee verleden tijd meedeinen
deinden mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon meedeinen
deine mee woordvorm meedeinen
deinen mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon meedeinen
deint mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon meedeinen
meedein subordinate-clause, tegenwoordige tijd meedeinen
meedeinde subordinate-clause, verleden tijd meedeinen
meedeinden subordinate-clause, verleden tijd meedeinen
meedeine with-subordinate-clause meedeinen
meedeinend onvoltooid deelwoord meedeinen
meedeinende woordvorm meedeinen
meedeint subordinate-clause, tegenwoordige tijd meedeinen
meegedeind voltooid deelwoord meedeinen
meegedeinde woordvorm meedeinen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meedeinen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over meedeinen

Wat is de betekenis van meedeinen?
Meedeinen is een werkwoord. De betekenis is: deinend meebewegen (op de maat van de muziek). In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik meedeinen?
Zo vervoeg je meedeinen zo: het voltooid deelwoord is meegedeind. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord meedeinen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. I 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

meedeinen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. I 2
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

meedeinen in het kort

meedeinen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van meedeinen staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort meedeinen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

meedeinen: deinend meebewegen (op de maat van de muziek)
Deel meedeinen — standaardnederlands.nl