Naar de inhoud

marmeren

zodanig behandelen dat iets op marmer gaat lijken

marmeren is meer dan één woord

marmeren

werkwoord, bijvoeglijk naamwoord

Betekenis

  1. zodanig behandelen dat iets op marmer gaat lijken
  2. van marmer gemaakt of daarmee bekleed

Vervoeging van marmeren

marmerenhele werkwoord — marmerdeverleden tijd enkelvoud — marmerdenverleden tijd meervoud — gemarmerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik marmer marmerde
jij marmert marmerde
hij, zij, het marmert marmerde
wij marmeren marmerden
jullie marmeren marmerden
zij marmeren marmerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gemarmerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemarmerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemarmerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemarmerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemarmerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemarmerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemarmerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemarmerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemarmerd verleden tijd, deelwoord
gemarmerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemarmerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemarmerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemarmerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemarmerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemarmerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemarmerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemarmerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemarmerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemarmerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemarmerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemarmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemarmerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemarmerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemarmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemarmerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemarmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemarmerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
marmer gebiedende wijs
marmerde verleden tijd
marmere aanvoegende wijs
marmerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemarmerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te marmeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen marmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gemarmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemarmerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gemarmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemarmerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gemarmerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gemarmerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gemarmerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gemarmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gemarmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gemarmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gemarmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gemarmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gemarmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gemarmerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gemarmerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gemarmerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gemarmerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gemarmerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gemarmerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gemarmerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gemarmerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemarmerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemarmerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gemarmerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemarmerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gemarmerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemarmerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal marmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal marmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal marmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gemarmerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gemarmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemarmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemarmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gemarmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemarmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gemarmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemarmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemarmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemarmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou marmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou marmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou marmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemarmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemarmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemarmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemarmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gemarmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gemarmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemarmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemarmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemarmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden marmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden marmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden marmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemarmerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemarmerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemarmerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt marmeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemarmerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemarmerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemarmerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemarmerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gemarmerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gemarmerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemarmerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemarmerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemarmerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen marmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen marmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen marmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen marmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemarmerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemarmerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemarmerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult marmeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van marmer met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van marmeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
marmerde verleden tijd marmeren
marmerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon marmeren
marmere aanvoegende wijs marmeren
marmerend onvoltooid deelwoord marmeren
marmerende woordvorm marmeren
marmert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon marmeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van marmeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over marmeren

Wat betekent marmeren?
Marmeren is een werkwoord. Het woord betekent: zodanig behandelen dat iets op marmer gaat lijken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je marmeren?
Je vervoegt marmeren als volgt: de tegenwoordige tijd is marmer, de verleden tijd is marmerde en het voltooid deelwoord is gemarmerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord marmeren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

marmeren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

marmeren in het kort

marmeren is zowel werkwoord als bijvoeglijk naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van marmeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort marmeren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

marmeren: zodanig behandelen dat iets op marmer gaat lijken
Deel marmeren — standaardnederlands.nl