aderen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- van aders voorzien
Vervoeging van aderen
aderenhele werkwoord — aderdeverleden tijd enkelvoud — aderdenverleden tijd meervoud — geaderdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ader | aderde |
| jij | adert | aderde |
| hij, zij, het | adert | aderde |
| wij | aderen | aderden |
| jullie | aderen | aderden |
| zij | aderen | aderden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ader | gebiedende wijs |
| aderde | verleden tijd |
| adere | aanvoegende wijs |
| aderend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| geaderd | verleden tijd, deelwoord |
| geaderd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geaderd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geaderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geaderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geaderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geaderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geaderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geaderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geaderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geaderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geaderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te aderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geaderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal aderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou aderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt aderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geaderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen aderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult aderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geaderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ader
Herkomst
afgeleid van ader met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van aderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aderde | verleden tijd | aderen |
| aderden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aderen |
| adere | aanvoegende wijs | aderen |
| aderend | onvoltooid deelwoord | aderen |
| aderende | woordvorm | aderen |
| adert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aderen zijn vastgelegd.