Naar de inhoud

mangelen

ontbreken, te kort schieten

mangelen is meer dan één woord

mangelen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈmɑŋələ(n)/

Betekenis

  1. ontbreken, te kort schieten
  2. ruilen, aan ruilhandel doen
  3. door de mangel halen, met een mangel glad maken

Hoe spreek je mangelen uit?

/ˈmɑŋələn/

Mangelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmɑŋələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
ɑ bad
ŋ ding
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. ontbreken, tekortschieten

Vervoeging van mangelen

mangelenhele werkwoord — mangeldeverleden tijd enkelvoud — mangeldenverleden tijd meervoud — gemangeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mangel mangelde
jij mangelt mangelde
hij, zij, het mangelt mangelde
wij mangelen mangelden
jullie mangelen mangelden
zij mangelen mangelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gemangeld verleden tijd, deelwoord
gemangeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemangeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemangeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemangeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemangeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemangeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemangeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemangeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemangeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemangeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemangeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemangeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemangeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemangeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemangeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemangeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemangeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mangel gebiedende wijs
mangelde verleden tijd
mangele aanvoegende wijs
mangelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemangeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te mangelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen mangelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemangeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemangeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemangeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal mangelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal mangelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal mangelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemangeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemangeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemangeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou mangelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou mangelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou mangelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemangeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemangeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemangeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden mangelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden mangelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden mangelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemangeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt mangelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemangeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemangeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemangeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen mangelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen mangelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen mangelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen mangelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemangeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult mangelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord mangel

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ontbreken’ voor het eerst aangetroffen in 1563

Woordfamilie van mangelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemangeld voltooid deelwoord mangelen
gemangelde woordvorm mangelen
mangelde verleden tijd mangelen
mangelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon mangelen
mangele aanvoegende wijs mangelen
mangelend onvoltooid deelwoord mangelen
mangelende woordvorm mangelen
mangelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon mangelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mangelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over mangelen

Hoe spreek ik mangelen uit?
Zo spreek je mangelen uit: /ˈmɑŋələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van mangelen?
Mangelen is een werkwoord. De betekenis is: ontbreken, te kort schieten. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik mangelen?
Zo vervoeg je mangelen zo: de tegenwoordige tijd is mangel, de verleden tijd is mangelde en het voltooid deelwoord is gemangeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord mangelen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

mangelen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

mangelen in het kort

mangelen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van mangelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort mangelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

mangelen: ontbreken, te kort schieten
Deel mangelen — standaardnederlands.nl