mango
zelfstandig naamwoord ˈmɑŋɡoBetekenis
- soort oranje-groene sappige tropische vrucht
- een kolibrisoort uit het geslacht Anthracothorax
- handvat
Hoe spreek je mango uit?
/ˈmɑŋgo/
Mango bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| g | goal |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor kolibri's uit het geslacht Anthracothorax
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mango's | meervoud |
| mangootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mangootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Indonesisch mango, in de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1596
Woordfamilie van mango
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mango's | meervoud | mango |
| mangootje | verkleinwoord | mango |
| mangootjes | verkleinwoord meervoud | mango |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mango zijn vastgelegd.