lusten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈlʏstə(n)Betekenis
- trek in hebben
- lekker vinden
Hoe spreek je lusten uit?
/ˈlʏstən/
Lusten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ʏ | put |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- trek [3] hebben in, lekker vinden transitive
- iets aangenaam of iemand aardig vinden, echter vooral gebruikt in ontkennende zin figuratively, transitive
- met meewerkend voorwerp aanstaan [1], bevallen [1], behagen ditransitive, obsolete
Vervoeging van lusten
lustenhele werkwoord — lustteverleden tijd enkelvoud — lusttenverleden tijd meervoud — gelustvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lust | lustte |
| jij | lust | lustte |
| hij, zij, het | lust | lustte |
| wij | lusten | lustten |
| jullie | lusten | lustten |
| zij | lusten | lustten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelust | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelust | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelust | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelust | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelust worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelust zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelust worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelust zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelust | verleden tijd, deelwoord |
| gelust te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelust te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelust te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelust te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelust te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelust worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelust zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelust zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelust zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelust zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelust | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelust | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelust | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelust | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelust | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelust | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelust | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelust | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lust | gebiedende wijs |
| luste | aanvoegende wijs |
| lustend | onvoltooid, deelwoord |
| lustte | verleden tijd |
| te hebben gelust | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lusten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lusten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelust | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelust | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelust | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelust | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelust | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelust | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelust | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelust | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelust | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelust | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelust | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelust | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelust | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelust | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelust | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelust | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelust | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelust | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelust | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelust | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelust hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelust hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelust hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelust worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelust worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelust zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelust zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lusten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lusten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lusten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelust | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelust hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelust hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelust hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelust worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelust worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelust worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelust zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelust zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelust zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lusten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lusten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lusten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelust hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelust hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelust hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelust worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelust worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelust worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelust zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelust zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelust zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lusten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lusten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lusten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelust hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelust worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelust zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lusten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelust hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelust hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelust hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelust worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelust worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelust worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelust zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelust zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelust zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lusten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lusten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lusten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lusten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelust hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelust worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelust zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lusten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lust
Herkomst
ww: erfwoord via Middelnederlands lusten van Oudnederlands lusten
Woordfamilie van lusten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelust | voltooid deelwoord | lusten |
| geluste | woordvorm | lusten |
| luste | aanvoegende wijs | lusten |
| lustend | onvoltooid deelwoord | lusten |
| lustende | woordvorm | lusten |
| lustte | verleden tijd | lusten |
| lustten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | lusten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lusten zijn vastgelegd.