Naar de inhoud

verontrusten

ongerust maken, zorgen baren

verontrusten

werkwoord vərɔntˈrʏstə(n)

Betekenis

  1. ongerust maken, zorgen baren

Hoe spreek je verontrusten uit?

/vərɔntˈrʏstən/

Verontrusten bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /vərɔntˈrʏstən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
ɔ bot
n nek
t tak
ʏ put
s sok
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verontrusten

verontrustenhele werkwoord — verontrustteverleden tijd enkelvoud — verontrusttenverleden tijd meervoud — verontrustvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verontrust verontrustte
jij verontrust verontrustte
hij, zij, het verontrust verontrustte
wij verontrusten verontrustten
jullie verontrusten verontrustten
zij verontrusten verontrustten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verontrust impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verontrust impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verontrust impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verontrust impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verontrust worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verontrust zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verontrust worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verontrust zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verontrust voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verontrust voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verontrust voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verontrust voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verontrust voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verontrust voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verontrust voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verontrust actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verontrust actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verontrusten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verontrusten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verontrust gebiedende wijs
verontrust verleden tijd, deelwoord
verontrust te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verontrust te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verontrust te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verontrust te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verontrust te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verontrust worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verontrust zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verontrust zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verontrust zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verontrust zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verontruste aanvoegende wijs
verontrustend onvoltooid, deelwoord
verontrustte verleden tijd
waart verontrust voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verontrust voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verontrust voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verontrust voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verontrust voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verontrust voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verontrust voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verontrust enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verontrust enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verontrust enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verontrust enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verontrust enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verontrust enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verontrust enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verontrust enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verontrust enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verontrust enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verontrust enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verontrust enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verontrust enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verontrust hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verontrust hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verontrust hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verontrust worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verontrust worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verontrust zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verontrust zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verontrust voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verontrust hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verontrust hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verontrust hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verontrust worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verontrust worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verontrust worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verontrust zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verontrust zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verontrust zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verontrust hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verontrust hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verontrust hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verontrust worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verontrust worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verontrust worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verontrust zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verontrust zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verontrust zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verontrust hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verontrust worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verontrust zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verontrust hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verontrust hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verontrust hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verontrust worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verontrust worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verontrust worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verontrust zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verontrust zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verontrust zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verontrusten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verontrust hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verontrust worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verontrust zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verontrusten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘in onrust brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1605

Woordfamilie van verontrusten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verontrustte verleden tijd verontrusten
verontrustten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verontrusten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verontrusten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verontrusten

Hoe spreek je verontrusten uit?
De uitspraak van verontrusten is: /vərɔntˈrʏstə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verontrusten?
Verontrusten is een werkwoord. Het woord betekent: ongerust maken, zorgen baren.
Hoe vervoeg je verontrusten?
Je vervoegt verontrusten als volgt: de tegenwoordige tijd is verontrust, de verleden tijd is verontrustte en het voltooid deelwoord is verontrust. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verontrusten?

Verontrusten rijmt op 4 woorden op -rusten; rusten, welterusten en lusten bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verontrusten, uitspraak vərɔntˈrʏstən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
rusten 2
welterusten 2
lusten 2
frusten 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verontrusten is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. O 1
  5. N 1
  6. T 2
  7. R 2
  8. U 4
  9. S 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verontrusten levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. O 1
  5. N 1
  6. T 2
  7. R 2
  8. U 2
  9. S 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 zonder bonus
  14. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verontrusten in het kort

verontrusten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verontrusten zijn 73 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verontrusten bij een woordfamilie van 2 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verontrusten: ongerust maken, zorgen baren
Deel verontrusten — standaardnederlands.nl