Naar de inhoud

losscheuren

scheurend losgaan

losscheuren

werkwoord

Betekenis

  1. scheurend losgaan
  2. door scheuren losmaken

Vervoeging van losscheuren

losscheurenhele werkwoord — scheurde losverleden tijd enkelvoud — scheurden losverleden tijd meervoud — losgescheurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik scheur los scheurde los
jij scheurt los scheurde los
hij, zij, het scheurt los scheurde los
wij scheuren los scheurden los
jullie scheuren los scheurden los
zij scheuren los scheurden los
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is losgescheurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was losgescheurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd losgescheurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt losgescheurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal losgescheurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal losgescheurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou losgescheurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou losgescheurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had losgescheurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had losgescheurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had losgescheurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden losgescheurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden losgescheurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden losgescheurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt losgescheurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben losgescheurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
los te scheuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
los te zullen scheuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
los zal scheuren bijzin, toekomende tijd
los zou scheuren bijzin, voorwaardelijk
los zouden scheuren bijzin, voorwaardelijk
los zoudt scheuren bijzin, voorwaardelijk
los zullen scheuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
los zullen scheuren bijzin, toekomende tijd
los zult scheuren bijzin, toekomende tijd
losgescheurd verleden tijd, deelwoord
losgescheurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
losgescheurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
losgescheurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
losgescheurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
losgescheurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
losgescheurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
losgescheurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
losgescheurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
losgescheurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
losgescheurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
losscheur bijzin, tegenwoordige tijd
losscheurde bijzin, verleden tijd
losscheurden bijzin, verleden tijd
losscheurend onvoltooid, deelwoord
losscheurt bijzin, tegenwoordige tijd
scheur los gebiedende wijs
scheurde los verleden tijd
te hebben losgescheurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen losscheuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart losgescheurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren losgescheurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren losgescheurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren losgescheurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was losgescheurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was losgescheurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was losgescheurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd losgescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd losgescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd losgescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden losgescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden losgescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden losgescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt losgescheurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word losgescheurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden losgescheurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden losgescheurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden losgescheurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt losgescheurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt losgescheurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal losgescheurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal losgescheurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal losgescheurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal losgescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal losgescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal losgescheurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal losgescheurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal losscheuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal losscheuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal losscheuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal losscheuren bijzin, toekomende tijd
zijn losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt losgescheurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou losgescheurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou losgescheurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou losgescheurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou losgescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou losgescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou losgescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou losgescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou losgescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou losgescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou losscheuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou losscheuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou losscheuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou losscheuren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) losscheuren los zou(dt) scheuren bijzin, voorwaardelijk
zouden losgescheurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden losgescheurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden losgescheurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden losgescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden losgescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden losgescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden losgescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden losgescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden losgescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden losscheuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden losscheuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden losscheuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden losscheuren bijzin, voorwaardelijk
zoudt losgescheurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt losgescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt losgescheurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt losscheuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt losscheuren bijzin, voorwaardelijk
zullen losgescheurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen losgescheurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen losgescheurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen losgescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen losgescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen losgescheurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen losgescheurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen losgescheurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen losgescheurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen losscheuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen losscheuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen losscheuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen losscheuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen losscheuren bijzin, toekomende tijd
zult losgescheurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van los en scheuren

Woordfamilie van losscheuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
losgescheurd voltooid deelwoord losscheuren
losgescheurde woordvorm losscheuren
losscheur subordinate-clause, tegenwoordige tijd losscheuren
losscheurde subordinate-clause, verleden tijd losscheuren
losscheurden subordinate-clause, verleden tijd losscheuren
losscheure with-subordinate-clause losscheuren
losscheurend onvoltooid deelwoord losscheuren
losscheurende woordvorm losscheuren
losscheurt subordinate-clause, tegenwoordige tijd losscheuren
scheur los gebiedende wijs losscheuren
scheurde los verleden tijd losscheuren
scheurden los aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon losscheuren
scheure los woordvorm losscheuren
scheuren los aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon losscheuren
scheurt los aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon losscheuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van losscheuren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over losscheuren

Wat is de betekenis van losscheuren?
Losscheuren is een werkwoord. De betekenis is: scheurend losgaan. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik losscheuren?
Zo vervoeg je losscheuren zo: het voltooid deelwoord is losgescheurd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord losscheuren is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. O 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. E 1
  8. U 4
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

losscheuren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. O 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. E 1
  8. U 2
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 zonder bonus
  13. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

losscheuren in het kort

losscheuren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van losscheuren staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort losscheuren bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

losscheuren: scheurend losgaan
Deel losscheuren — standaardnederlands.nl