Naar de inhoud

loochenen

iets tot een leugen verklaren

loochenen

werkwoord /'lo.xənə(n)/

Betekenis

  1. iets tot een leugen verklaren

Hoe spreek je loochenen uit?

/ˈloxənən/

Loochenen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈloxənən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
l land
o boot
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van loochenen

loochenenhele werkwoord — loochendeverleden tijd enkelvoud — loochendenverleden tijd meervoud — geloochendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik loochen loochende
jij loochent loochende
hij, zij, het loochent loochende
wij loochenen loochenden
jullie loochenen loochenden
zij loochenen loochenden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geloochend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geloochend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geloochend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geloochend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geloochend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geloochend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geloochend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geloochend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geloochend verleden tijd, deelwoord
geloochend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geloochend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geloochend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geloochend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geloochend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geloochend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geloochend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geloochend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geloochend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geloochend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geloochend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geloochend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geloochend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geloochend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geloochend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geloochend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geloochend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geloochend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
loochen gebiedende wijs
loochende verleden tijd
loochene aanvoegende wijs
loochenend onvoltooid, deelwoord
te hebben geloochend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te loochenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen loochenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geloochend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geloochend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geloochend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geloochend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geloochend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geloochend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geloochend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geloochend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geloochend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geloochend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geloochend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geloochend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geloochend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geloochend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geloochend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geloochend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geloochend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geloochend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geloochend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geloochend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geloochend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geloochend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geloochend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geloochend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geloochend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geloochend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geloochend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal loochenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal loochenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal loochenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geloochend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geloochend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geloochend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geloochend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geloochend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geloochend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geloochend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geloochend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geloochend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geloochend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou loochenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou loochenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou loochenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geloochend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geloochend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geloochend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geloochend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geloochend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geloochend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geloochend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geloochend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geloochend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden loochenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden loochenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden loochenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geloochend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geloochend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geloochend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt loochenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geloochend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geloochend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geloochend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geloochend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geloochend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geloochend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geloochend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geloochend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geloochend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen loochenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen loochenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen loochenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen loochenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geloochend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geloochend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geloochend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult loochenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘ontkennen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Woordfamilie van loochenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geloochend voltooid deelwoord loochenen
geloochende woordvorm loochenen
loochen gebiedende wijs loochenen
loochende verleden tijd loochenen
loochenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon loochenen
loochene aanvoegende wijs loochenen
loochenend onvoltooid deelwoord loochenen
loochenende woordvorm loochenen
loochent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon loochenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loochenen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over loochenen

Hoe spreek je loochenen uit?
De uitspraak van loochenen is: /'lo.xənə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent loochenen?
Loochenen is een werkwoord. Het woord betekent: iets tot een leugen verklaren.
Hoe vervoeg je loochenen?
Je vervoegt loochenen als volgt: de tegenwoordige tijd is loochen, de verleden tijd is loochende en het voltooid deelwoord is geloochend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord loochenen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. O 1
  3. O 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

loochenen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. O 1
  3. O 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

loochenen in het kort

loochenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van loochenen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort loochenen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

loochenen: iets tot een leugen verklaren
Deel loochenen — standaardnederlands.nl