lont
zelfstandig naamwoordBetekenis
- koord voor het (veilig) aansteken van iets ontplofbaars
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lonten | meervoud |
| lontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Van het Duitse Lunte. In de betekenis van ‘koord voor ontsteking’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1520.
Woordfamilie van lont
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lonten | meervoud | lont |
| lontje | verkleinwoord | lont |
| lontjes | verkleinwoord meervoud | lont |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lont zijn vastgelegd.