locker
zelfstandig naamwoord ˈlɔkərBetekenis
- afsluitbaar kastje om persoonlijke bezittingen op te bergen in een gebouw zoals een museum, school of fabriek
Hoe spreek je locker uit?
/ˈlɔkər/
Locker bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als lokker.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lockers | meervoud |
| lockertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lockertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
uit het Engels van to lock (afsluiten)
Woordfamilie van locker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lockers | meervoud | locker |
| lockertje | verkleinwoord | locker |
| lockertjes | verkleinwoord meervoud | locker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van locker zijn vastgelegd.