schokker
zelfstandig naamwoord ˈsxɔkərBetekenis
- een vissersboot met een platbodem met zijzwaarden en een rechte stevenbalk die aan de bovenzijde een ingebouwde katrol bevat voor de ankerlijn
- een bepaald model zeiljacht
- een hoog groeiende groene erwt
Hoe spreek je schokker uit?
/ˈsxɔkər/
Schokker bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schokkers | meervoud |
| schokkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schokkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘schip’ voor het eerst aangetroffen in 1590
Woordfamilie van schokker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schokkers | meervoud | schokker |
| schokkertje | verkleinwoord | schokker |
| schokkertjes | verkleinwoord meervoud | schokker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schokker zijn vastgelegd.