letten
werkwoordBetekenis
- op: aandacht aan geven
- beletten, tegenhouden
werkwoord
- ~ op: aandacht aan geven
Vervoeging van letten
lettenhele werkwoord — letteverleden tijd enkelvoud — geletvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | let | lette |
| jij | let | lette |
| hij, zij, het | let | lette |
| wij | letten | — |
| jullie | letten | — |
| zij | letten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelet | verleden tijd, deelwoord |
| gelet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| let | gebiedende wijs |
| lette | verleden tijd |
| lette | aanvoegende wijs |
| lettend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te letten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen letten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen letten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van letten
Vervoeging van letten
lettenhele werkwoord — letteverleden tijd enkelvoud — geletvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | let | lette |
| jij | let | lette |
| hij, zij, het | let | lette |
| wij | letten | — |
| jullie | letten | — |
| zij | letten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelet | verleden tijd, deelwoord |
| gelet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| let | gebiedende wijs |
| lette | verleden tijd |
| lette | aanvoegende wijs |
| lettend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te letten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen letten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt letten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen letten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult letten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘verhinderen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236
Woordfamilie van letten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelet | voltooid deelwoord | letten |
| gelette | woordvorm | letten |
| lette | verleden tijd | letten |
| lettend | onvoltooid deelwoord | letten |
| lettende | woordvorm | letten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van letten zijn vastgelegd.