letsel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- lichamelijke schade met name aangericht in een ongeluk of gevecht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| letsels | meervoud |
| letseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| letseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘kwetsuur’ voor het eerst aangetroffen in 1318
Woordfamilie van letsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| letsels | meervoud | letsel |
| letseltje | verkleinwoord | letsel |
| letseltjes | verkleinwoord meervoud | letsel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van letsel zijn vastgelegd.