Naar de inhoud

lepelen

iets op een lepel nemen, iets als een lepel opnemen

lepelen

werkwoord

Betekenis

  1. iets op een lepel nemen, iets als een lepel opnemen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van lepelen

lepelenhele werkwoord — lepeldeverleden tijd enkelvoud — lepeldenverleden tijd meervoud — gelepeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lepel lepelde
jij lepelt lepelde
hij, zij, het lepelt lepelde
wij lepelen lepelden
jullie lepelen lepelden
zij lepelen lepelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gelepeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gelepeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gelepeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gelepeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gelepeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gelepeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gelepeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gelepeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gelepeld verleden tijd, deelwoord
gelepeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelepeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gelepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelepeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelepeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelepeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelepeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelepeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelepeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelepeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lepel gebiedende wijs
lepelde verleden tijd
lepele aanvoegende wijs
lepelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gelepeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te lepelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen lepelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gelepeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelepeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelepeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal lepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal lepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal lepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gelepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou lepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou lepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou lepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gelepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden lepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden lepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden lepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gelepeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt lepelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gelepeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelepeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelepeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen lepelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen lepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen lepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen lepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gelepeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult lepelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van lepelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelepeld voltooid deelwoord lepelen
gelepelde woordvorm lepelen
lepelde verleden tijd lepelen
lepelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon lepelen
lepele aanvoegende wijs lepelen
lepelend onvoltooid deelwoord lepelen
lepelende woordvorm lepelen
lepelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon lepelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lepelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over lepelen

Wat betekent lepelen?
Lepelen is een werkwoord. Het woord betekent: iets op een lepel nemen, iets als een lepel opnemen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je lepelen?
Je vervoegt lepelen als volgt: de tegenwoordige tijd is lepel, de verleden tijd is lepelde en het voltooid deelwoord is gelepeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord lepelen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. E 1
  3. P 3
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

lepelen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. E 1
  3. P 4
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

lepelen telt 7 letters, waarvan 4 verschillende, want 3 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

lepelen in het kort

lepelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van lepelen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort lepelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

lepelen: iets op een lepel nemen, iets als een lepel opnemen
Deel lepelen — standaardnederlands.nl