leegstaan
werkwoord ˈlexstanBetekenis
- (van een woning) onbewoond zijn
Hoe spreek je leegstaan uit?
/ˈlexstan/
Leegstaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| x | acht |
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- onbewoond zijn intransitive
Vervoeging van leegstaan
leegstaanhele werkwoord — stond leegverleden tijd enkelvoud — stonden leegverleden tijd meervoud — leeggestaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sta leeg | stond leeg |
| jij | staat leeg | stond leeg |
| hij, zij, het | staat leeg | stond leeg |
| wij | staan leeg | stonden leeg |
| jullie | staan leeg | stonden leeg |
| zij | staan leeg | stonden leeg |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had leeggestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had leeggestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had leeggestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden leeggestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden leeggestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden leeggestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt leeggestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb leeggestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben leeggestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben leeggestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben leeggestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben leeggestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt leeggestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft leeggestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft leeggestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| leeg te staan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| leeg te zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| leeg zal staan | bijzin, toekomende tijd |
| leeg zou staan | bijzin, voorwaardelijk |
| leeg zouden staan | bijzin, voorwaardelijk |
| leeg zoudt staan | bijzin, voorwaardelijk |
| leeg zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| leeg zullen staan | bijzin, toekomende tijd |
| leeg zult staan | bijzin, toekomende tijd |
| leeggestaan | verleden tijd, deelwoord |
| leeggestaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| leeggestaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| leegsta | bijzin, tegenwoordige tijd |
| leegstaand | onvoltooid, deelwoord |
| leegstaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| leegstond | bijzin, verleden tijd |
| leegstonden | bijzin, verleden tijd |
| sta leeg | gebiedende wijs |
| stond leeg | verleden tijd |
| te hebben leeggestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen leegstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal leeggestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal leeggestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal leeggestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal leegstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zou leeggestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou leeggestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou leeggestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou leegstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) leegstaan leeg zou(dt) staan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden leeggestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden leeggestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden leeggestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden leegstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt leeggestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt leegstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen leeggestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen leeggestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen leeggestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen leegstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen leegstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult leeggestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult leegstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult leegstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal leegstaan leeg zult/zal staan | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van leeg en staan
Woordfamilie van leegstaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leeggestaan | voltooid deelwoord | leegstaan |
| leegsta | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | leegstaan |
| leegstaand | onvoltooid deelwoord | leegstaan |
| leegstaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | leegstaan |
| leegstond | subordinate-clause, verleden tijd | leegstaan |
| leegstonden | subordinate-clause, verleden tijd | leegstaan |
| sta leeg | gebiedende wijs | leegstaan |
| staan leeg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | leegstaan |
| staat leeg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | leegstaan |
| stond leeg | verleden tijd | leegstaan |
| stonden leeg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | leegstaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leegstaan zijn vastgelegd.