leegstelen
werkwoordBetekenis
- tot en met het laatst mogelijke item stelen uit
Vervoeging van leegstelen
leegstelenhele werkwoord — stal leegverleden tijd enkelvoud — stalen leegverleden tijd meervoud — leeggestolenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | steel leeg | stal leeg |
| jij | steelt leeg | staalt leeg |
| hij, zij, het | steelt leeg | stal leeg |
| wij | stelen leeg | stalen leeg |
| jullie | stelen leeg | stalen leeg |
| zij | stelen leeg | stalen leeg |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is leeggestolen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was leeggestolen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd leeggestolen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt leeggestolen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal leeggestolen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal leeggestolen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou leeggestolen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou leeggestolen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had leeggestolen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had leeggestolen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had leeggestolen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden leeggestolen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden leeggestolen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden leeggestolen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt leeggestolen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben leeggestolen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| leeg te stelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| leeg te zullen stelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| leeg zal stelen | bijzin, toekomende tijd |
| leeg zou stelen | bijzin, voorwaardelijk |
| leeg zouden stelen | bijzin, voorwaardelijk |
| leeg zoudt stelen | bijzin, voorwaardelijk |
| leeg zullen stelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| leeg zullen stelen | bijzin, toekomende tijd |
| leeg zult stelen | bijzin, toekomende tijd |
| leeggestolen | verleden tijd, deelwoord |
| leeggestolen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| leeggestolen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| leeggestolen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| leeggestolen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| leeggestolen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| leeggestolen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| leeggestolen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| leeggestolen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| leeggestolen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| leeggestolen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| leegstaalt | bijzin, verleden tijd |
| leegstal | bijzin, verleden tijd |
| leegstalen | bijzin, verleden tijd |
| leegsteel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| leegsteelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| leegstelend | onvoltooid, deelwoord |
| stal leeg | verleden tijd |
| steel leeg | gebiedende wijs |
| te hebben leeggestolen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen leegstelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart leeggestolen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren leeggestolen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren leeggestolen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren leeggestolen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was leeggestolen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was leeggestolen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was leeggestolen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd leeggestolen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd leeggestolen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd leeggestolen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden leeggestolen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden leeggestolen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden leeggestolen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt leeggestolen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word leeggestolen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden leeggestolen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden leeggestolen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden leeggestolen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt leeggestolen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt leeggestolen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal leeggestolen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal leeggestolen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal leeggestolen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal leeggestolen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal leeggestolen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal leeggestolen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal leeggestolen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal leegstelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal leegstelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal leegstelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal leegstelen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt leeggestolen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou leeggestolen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou leeggestolen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou leeggestolen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou leeggestolen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou leeggestolen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou leeggestolen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou leeggestolen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou leeggestolen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou leeggestolen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou leegstelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou leegstelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou leegstelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou leegstelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) leegstelen leeg zou(dt) stelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden leeggestolen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden leeggestolen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden leeggestolen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden leeggestolen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden leeggestolen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden leeggestolen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden leeggestolen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden leeggestolen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden leeggestolen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden leegstelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden leegstelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden leegstelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden leegstelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt leeggestolen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt leeggestolen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt leeggestolen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt leegstelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt leegstelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen leeggestolen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen leeggestolen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen leeggestolen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen leeggestolen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen leeggestolen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen leeggestolen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen leeggestolen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen leeggestolen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen leeggestolen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen leegstelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen leegstelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen leegstelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen leegstelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen leegstelen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van leeg en stelen
Woordfamilie van leegstelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leeggestolen | voltooid deelwoord | leegstelen |
| leegstal | subordinate-clause, verleden tijd | leegstelen |
| leegstalen | subordinate-clause, verleden tijd | leegstelen |
| leegsteel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | leegstelen |
| leegsteelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | leegstelen |
| leegstele | with-subordinate-clause | leegstelen |
| leegstelend | onvoltooid deelwoord | leegstelen |
| leegstelende | woordvorm | leegstelen |
| stal leeg | verleden tijd | leegstelen |
| stalen leeg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | leegstelen |
| steel leeg | gebiedende wijs | leegstelen |
| steelt leeg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | leegstelen |
| stele leeg | woordvorm | leegstelen |
| stelen leeg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | leegstelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leegstelen zijn vastgelegd.