leegschenken
werkwoordBetekenis
- door schenken leegmaken
Vervoeging van leegschenken
leegschenkenhele werkwoord — schonk leegverleden tijd enkelvoud — schonken leegverleden tijd meervoud — leeggeschonkenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schenk leeg | schonk leeg |
| jij | schenkt leeg | schonk leeg |
| hij, zij, het | schenkt leeg | schonk leeg |
| wij | schenken leeg | schonken leeg |
| jullie | schenken leeg | schonken leeg |
| zij | schenken leeg | schonken leeg |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is leeggeschonken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was leeggeschonken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd leeggeschonken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt leeggeschonken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal leeggeschonken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal leeggeschonken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou leeggeschonken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou leeggeschonken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben leeggeschonken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| leeg te schenken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| leeg te zullen schenken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| leeg zal schenken | bijzin, toekomende tijd |
| leeg zou schenken | bijzin, voorwaardelijk |
| leeg zouden schenken | bijzin, voorwaardelijk |
| leeg zoudt schenken | bijzin, voorwaardelijk |
| leeg zullen schenken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| leeg zullen schenken | bijzin, toekomende tijd |
| leeg zult schenken | bijzin, toekomende tijd |
| leeggeschonken | verleden tijd, deelwoord |
| leeggeschonken te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| leeggeschonken te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| leeggeschonken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| leeggeschonken te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| leeggeschonken te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| leeggeschonken worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| leeggeschonken zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| leeggeschonken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| leeggeschonken zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| leeggeschonken zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| leegschenk | bijzin, tegenwoordige tijd |
| leegschenkend | onvoltooid, deelwoord |
| leegschenkt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| leegschonk | bijzin, verleden tijd |
| leegschonken | bijzin, verleden tijd |
| schenk leeg | gebiedende wijs |
| schonk leeg | verleden tijd |
| te hebben leeggeschonken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen leegschenken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was leeggeschonken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd leeggeschonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd leeggeschonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd leeggeschonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden leeggeschonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden leeggeschonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden leeggeschonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt leeggeschonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word leeggeschonken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden leeggeschonken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden leeggeschonken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden leeggeschonken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt leeggeschonken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt leeggeschonken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal leeggeschonken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal leeggeschonken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal leeggeschonken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal leeggeschonken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal leeggeschonken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal leeggeschonken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal leeggeschonken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal leegschenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal leegschenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal leegschenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal leegschenken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt leeggeschonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou leeggeschonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou leeggeschonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou leeggeschonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou leeggeschonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou leeggeschonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou leeggeschonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou leeggeschonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou leeggeschonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou leeggeschonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou leegschenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou leegschenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou leegschenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou leegschenken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) leegschenken leeg zou(dt) schenken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden leeggeschonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden leeggeschonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden leeggeschonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden leeggeschonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden leeggeschonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden leeggeschonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden leeggeschonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden leeggeschonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden leeggeschonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden leegschenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden leegschenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden leegschenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden leegschenken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt leeggeschonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt leeggeschonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt leeggeschonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt leegschenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt leegschenken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen leeggeschonken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen leeggeschonken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen leeggeschonken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen leeggeschonken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen leeggeschonken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen leeggeschonken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen leeggeschonken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen leeggeschonken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen leeggeschonken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen leegschenken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen leegschenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen leegschenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen leegschenken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen leegschenken | bijzin, toekomende tijd |
| zult leeggeschonken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van leeg en schenken
Woordfamilie van leegschenken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leeggeschonken | voltooid deelwoord | leegschenken |
| leegschenk | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | leegschenken |
| leegschenke | with-subordinate-clause | leegschenken |
| leegschenkend | onvoltooid deelwoord | leegschenken |
| leegschenkende | woordvorm | leegschenken |
| leegschenkt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | leegschenken |
| leegschonk | subordinate-clause, verleden tijd | leegschenken |
| leegschonken | subordinate-clause, verleden tijd | leegschenken |
| schenk leeg | gebiedende wijs | leegschenken |
| schenke leeg | woordvorm | leegschenken |
| schenken leeg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | leegschenken |
| schenkt leeg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | leegschenken |
| schonk leeg | verleden tijd | leegschenken |
| schonken leeg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | leegschenken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leegschenken zijn vastgelegd.