Naar de inhoud

kwakkelen

niet vriezen en niet dooien, onbestendig zijn

kwakkelen

werkwoord

Betekenis

  1. niet vriezen en niet dooien, onbestendig zijn
  2. sukkelen, ongemak ondervinden qua gezondheid

werkwoord

  1. niet goed verlopen unergative
  2. lichamelijk niet in orde zijn unergative

Vervoeging van kwakkelen

kwakkelenhele werkwoord — kwakkeldeverleden tijd enkelvoud — kwakkeldenverleden tijd meervoud — gekwakkeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kwakkel kwakkelde
jij kwakkelt kwakkelde
hij, zij, het kwakkelt kwakkelde
wij kwakkelen kwakkelden
jullie kwakkelen kwakkelden
zij kwakkelen kwakkelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gekwakkeld verleden tijd, deelwoord
gekwakkeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekwakkeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekwakkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekwakkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekwakkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekwakkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekwakkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekwakkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekwakkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekwakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekwakkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekwakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekwakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekwakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekwakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekwakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekwakkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kwakkel gebiedende wijs
kwakkelde verleden tijd
kwakkele aanvoegende wijs
kwakkelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekwakkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kwakkelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kwakkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekwakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekwakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekwakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekwakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekwakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekwakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekwakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekwakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekwakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekwakkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekwakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekwakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekwakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kwakkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekwakkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kwakkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘sukkelen’ voor het eerst aangetroffen in 1888

Woordfamilie van kwakkelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekwakkeld voltooid deelwoord kwakkelen
kwakkelde verleden tijd kwakkelen
kwakkelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kwakkelen
kwakkele aanvoegende wijs kwakkelen
kwakkelend onvoltooid deelwoord kwakkelen
kwakkelende woordvorm kwakkelen
kwakkelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kwakkelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kwakkelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kwakkelen

Wat betekent kwakkelen?
Kwakkelen is een werkwoord. Het woord betekent: niet vriezen en niet dooien, onbestendig zijn. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je kwakkelen?
Je vervoegt kwakkelen als volgt: de tegenwoordige tijd is kwakkel, de verleden tijd is kwakkelde en het voltooid deelwoord is gekwakkeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kwakkelen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. W 5
  3. A 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kwakkelen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. W 5
  3. A 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kwakkelen in het kort

kwakkelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van kwakkelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kwakkelen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kwakkelen: niet vriezen en niet dooien, onbestendig zijn
Deel kwakkelen — standaardnederlands.nl