kwakkel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈkwɑkəlBetekenis
- kwartel
- journalistieke misser, -vaak opzettelijk- onjuist bericht
Hoe spreek je kwakkel uit?
/ˈkwɑkəl/
Kwakkel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald soort vogel, Coturnix coturnix obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kwakkels | meervoud |
| kwakkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kwakkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kwakkelen
- gebiedende wijs van kwakkelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kwakkelen
Vervoeging van kwakkel
kwakkelhele werkwoord
Herkomst
[1] via Middelnederlands quackel / quackele van Latijn quaccola, in de betekenis van ‘hoendervogel’ aangetroffen vanaf 1240
Woordfamilie van kwakkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kwakkels | meervoud | kwakkel |
| kwakkeltje | verkleinwoord | kwakkel |
| kwakkeltjes | verkleinwoord meervoud | kwakkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kwakkel zijn vastgelegd.