| - |
impersonal, passief
|
| ben gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is gekroond |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gekroond |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gekroond |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gekroond |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gekroond worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gekroond zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gekroond worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gekroond zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gekroond |
verleden tijd, deelwoord
|
| gekroond te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gekroond te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gekroond te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gekroond te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gekroond te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gekroond worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gekroond zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gekroond zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gekroond zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gekroond zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gekroond |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gekroond |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gekroond |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gekroond |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gekroond |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gekroond |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gekroond |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gekroond |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| krone |
aanvoegende wijs
|
| kronend |
onvoltooid, deelwoord
|
| kroon |
gebiedende wijs
|
| kroonde |
verleden tijd
|
| te hebben gekroond |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te kronen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen kronen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart gekroond |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gekroond |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren gekroond |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gekroond |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gekroond |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was gekroond |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was gekroond |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gekroond |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd gekroond |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd gekroond |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden gekroond |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden gekroond |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden gekroond |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt gekroond |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word gekroond |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden gekroond |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden gekroond |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden gekroond |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gekroond |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt gekroond |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal gekroond hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gekroond hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gekroond hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gekroond worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gekroond worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gekroond zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gekroond zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt gekroond |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou gekroond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gekroond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gekroond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gekroond worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gekroond worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gekroond worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gekroond zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gekroond zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gekroond zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gekroond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gekroond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gekroond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gekroond worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden gekroond worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden gekroond worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gekroond zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gekroond zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gekroond zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gekroond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gekroond worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gekroond zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gekroond hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gekroond hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gekroond hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gekroond worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen gekroond worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen gekroond worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gekroond zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gekroond zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gekroond zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen kronen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gekroond hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gekroond worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gekroond zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult kronen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|