Naar de inhoud

kronen

iemand tot koning of koningin maken door hem of haar in een ceremonie een kroon op het hoofd te zetten

kronen is meer dan één woord

kronen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. iemand tot koning of koningin maken door hem of haar in een ceremonie een kroon op het hoofd te zetten

Vervoeging van kronen

kronenhele werkwoord — kroondeverleden tijd enkelvoud — kroondenverleden tijd meervoud — gekroondvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kroon kroonde
jij kroont kroonde
hij, zij, het kroont kroonde
wij kronen kroonden
jullie kronen kroonden
zij kronen kroonden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekroond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekroond impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekroond impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekroond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekroond worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekroond zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekroond worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekroond zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekroond verleden tijd, deelwoord
gekroond te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekroond te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekroond te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekroond te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekroond te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekroond worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekroond zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekroond zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekroond zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekroond zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekroond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekroond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekroond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekroond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekroond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekroond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekroond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekroond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
krone aanvoegende wijs
kronend onvoltooid, deelwoord
kroon gebiedende wijs
kroonde verleden tijd
te hebben gekroond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kronen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kronen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekroond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekroond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekroond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekroond voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekroond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekroond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekroond voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekroond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekroond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekroond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekroond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekroond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekroond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekroond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekroond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekroond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekroond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekroond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekroond zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekroond zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kronen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kronen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kronen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekroond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekroond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekroond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekroond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekroond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekroond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kronen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kronen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kronen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekroond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekroond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekroond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekroond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekroond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekroond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kronen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kronen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kronen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekroond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekroond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kronen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekroond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekroond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekroond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekroond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekroond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekroond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekroond zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekroond zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekroond zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kronen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kronen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kronen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kronen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekroond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekroond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekroond zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kronen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kroon

Woordfamilie van kronen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
krone aanvoegende wijs kronen
kronend onvoltooid deelwoord kronen
kronende woordvorm kronen
kroonde verleden tijd kronen
kroonden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kronen
kroont aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kronen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kronen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kronen

Wat is de betekenis van kronen?
Kronen is een werkwoord. De betekenis is: iemand tot koning of koningin maken door hem of haar in een ceremonie een kroon op het hoofd te zetten.
Hoe vervoeg ik kronen?
Zo vervoeg je kronen zo: de tegenwoordige tijd is kroon, de verleden tijd is kroonde en het voltooid deelwoord is gekroond. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kronen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kronen levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kronen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kronen in het kort

kronen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van kronen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kronen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kronen: iemand tot koning of koningin maken door hem of haar in een ceremonie een kroon op het hoofd te zetten
Deel kronen — standaardnederlands.nl