Naar de inhoud

krombuigen

door buigen krom worden

krombuigen

werkwoord

Betekenis

  1. door buigen krom worden
  2. door buigen krom maken

Vervoeging van krombuigen

krombuigenhele werkwoord — boog kromverleden tijd enkelvoud — bogen kromverleden tijd meervoud — kromgebogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik buig krom boog krom
jij buigt krom boog krom
hij, zij, het buigt krom boog krom
wij buigen krom bogen krom
jullie buigen krom bogen krom
zij buigen krom bogen krom
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
boog krom verleden tijd
buig krom gebiedende wijs
er is kromgebogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was kromgebogen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd kromgebogen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt kromgebogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal kromgebogen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal kromgebogen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou kromgebogen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou kromgebogen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had kromgebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had kromgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had kromgebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden kromgebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden kromgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden kromgebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt kromgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben kromgebogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
krom te buigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
krom te zullen buigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
krom zal buigen bijzin, toekomende tijd
krom zou buigen bijzin, voorwaardelijk
krom zouden buigen bijzin, voorwaardelijk
krom zoudt buigen bijzin, voorwaardelijk
krom zullen buigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
krom zullen buigen bijzin, toekomende tijd
krom zult buigen bijzin, toekomende tijd
krombogen bijzin, verleden tijd
kromboog bijzin, verleden tijd
krombuig bijzin, tegenwoordige tijd
krombuigend onvoltooid, deelwoord
krombuigt bijzin, tegenwoordige tijd
kromgebogen verleden tijd, deelwoord
kromgebogen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
kromgebogen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
kromgebogen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
kromgebogen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
kromgebogen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
kromgebogen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
kromgebogen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
kromgebogen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
kromgebogen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
kromgebogen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben kromgebogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen krombuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart kromgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren kromgebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren kromgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren kromgebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was kromgebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was kromgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was kromgebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd kromgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd kromgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd kromgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden kromgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden kromgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden kromgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt kromgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word kromgebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden kromgebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden kromgebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden kromgebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt kromgebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt kromgebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal krombuigen bijzin, toekomende tijd
zal kromgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal kromgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal kromgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kromgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal kromgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal kromgebogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal kromgebogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt kromgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou krombuigen bijzin, voorwaardelijk
zou kromgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou kromgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou kromgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kromgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou kromgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou kromgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou kromgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou kromgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou kromgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) krombuigen krom zou(dt) buigen bijzin, voorwaardelijk
zouden krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden krombuigen bijzin, voorwaardelijk
zouden kromgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden kromgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden kromgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kromgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kromgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kromgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kromgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden kromgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden kromgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt krombuigen bijzin, voorwaardelijk
zoudt kromgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kromgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kromgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen krombuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen krombuigen bijzin, toekomende tijd
zullen kromgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen kromgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen kromgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kromgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kromgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kromgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kromgebogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen kromgebogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen kromgebogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult krombuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van krom en buigen

Woordfamilie van krombuigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bogen krom aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon krombuigen
boog krom verleden tijd krombuigen
buig krom gebiedende wijs krombuigen
buige krom woordvorm krombuigen
buigen krom aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon krombuigen
buigt krom aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon krombuigen
krombogen subordinate-clause, verleden tijd krombuigen
kromboog subordinate-clause, verleden tijd krombuigen
krombuig subordinate-clause, tegenwoordige tijd krombuigen
krombuige with-subordinate-clause krombuigen
krombuigend onvoltooid deelwoord krombuigen
krombuigende woordvorm krombuigen
krombuigt subordinate-clause, tegenwoordige tijd krombuigen
kromgebogen voltooid deelwoord krombuigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krombuigen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over krombuigen

Wat betekent krombuigen?
Krombuigen is een werkwoord. Het woord betekent: door buigen krom worden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je krombuigen?
Je vervoegt krombuigen als volgt: het voltooid deelwoord is kromgebogen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord krombuigen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. B 3
  6. U 4
  7. I 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

krombuigen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. B 4
  6. U 2
  7. I 2
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

krombuigen in het kort

krombuigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van krombuigen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort krombuigen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

krombuigen: door buigen krom worden
Deel krombuigen — standaardnederlands.nl