krombek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- soort zangvogel met een kromme bek
- soort snijboon
- inbrekerswerktuig
zelfstandig naamwoord — masculine
- Numenius phaeopus soort zangvogel met een kromme bek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| krombekken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van krom bn en bek zn
Woordfamilie van krombek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| krombekken | meervoud | krombek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krombek zijn vastgelegd.