Naar de inhoud

krommen

krom maken

krommen is meer dan één woord

krommen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. krom maken
  2. zich ~ bochtig zijn

Vervoeging van krommen

krommenhele werkwoord — kromdeverleden tijd enkelvoud — kromdenverleden tijd meervoud — gekromdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik krom kromde
jij kromt kromde
hij, zij, het kromt kromde
wij krommen kromden
jullie krommen kromden
zij krommen kromden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekromd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekromd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekromd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekromd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekromd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekromd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekromd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekromd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekromd verleden tijd, deelwoord
gekromd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekromd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekromd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekromd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekromd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekromd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekromd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekromd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekromd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekromd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekromd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekromd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekromd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekromd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekromd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekromd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekromd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekromd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
krom gebiedende wijs
krom me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
krom u/je , kromt je gebiedende wijs
kromde verleden tijd
kromde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
kromde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
kromde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
kromde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
kromde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
kromde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
kromde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
kromden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
kromden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
kromden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
kromme aanvoegende wijs
kromme zich aanvoegende wijs
krommen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
krommen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
krommen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
krommend onvoltooid, deelwoord
kromt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
kromt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
kromt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
kromt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
kromt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
kromt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
te hebben gekromd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te krommen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen krommen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekromd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekromd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekromd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekromd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekromd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekromd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekromd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekromd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekromd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekromd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekromd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekromd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekromd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekromd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekromd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekromd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekromd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekromd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekromd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekromd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekromd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekromd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekromd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekromd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekromd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekromd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekromd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal krommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal krommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal krommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me krommen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich krommen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je krommen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gekromd hebben verleden tijd
zich krommend onvoltooid, deelwoord
zijn gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekromd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekromd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekromd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekromd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekromd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekromd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekromd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekromd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekromd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekromd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou krommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou krommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou krommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekromd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekromd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekromd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekromd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekromd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekromd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekromd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekromd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekromd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden krommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden krommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden krommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekromd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekromd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekromd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt krommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekromd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekromd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekromd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekromd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kromme

Herkomst

Afgeleid van krom met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van krommen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kromde verleden tijd krommen
kromden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon krommen
krommend onvoltooid deelwoord krommen
krommende woordvorm krommen
kromt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon krommen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krommen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over krommen

Wat is de betekenis van krommen?
Krommen is een werkwoord. De betekenis is: krom maken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik krommen?
Zo vervoeg je krommen zo: de tegenwoordige tijd is krom, de verleden tijd is kromde en het voltooid deelwoord is gekromd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord krommen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

krommen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

krommen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

krommen in het kort

krommen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van krommen staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort krommen bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

krommen: krom maken
Deel krommen — standaardnederlands.nl