krijsen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- luidkeels schreeuwend een hoog geluid voortbrengen
Vervoeging van krijsen
krijsenhele werkwoord — kreesverleden tijd enkelvoud — kresenverleden tijd meervoud — gekresenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | krijs | krees |
| jij | krijst | krees |
| hij, zij, het | krijst | krees |
| wij | krijsen | kresen |
| jullie | krijsen | kresen |
| zij | krijsen | kresen |
Alle 93 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gekrijst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekrijst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekrijst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekrijst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekrijst | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekrijst | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekrijst | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekrijst | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekresen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekresen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekresen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| gekresen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| gekresen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| gekresen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| gekresen | verleden tijd, deelwoord |
| gekresen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| gekresen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| gekresen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| gekresen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| gekresen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| gekresen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| gekresen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| gekresen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| gekresen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| gekresen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| gekresen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| gekresen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| gekresen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekresen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| gekresen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| gekresen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| gekresen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| gekresen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekrijst | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekrijst | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekrijst | verleden tijd, deelwoord |
| had gekrijst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekrijst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekrijst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekrijst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekrijst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekrijst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekrijst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekrijst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekrijst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekrijst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekrijst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekrijst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt gekrijst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekrijst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekrijst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| krees | verleden tijd |
| krijs | gebiedende wijs |
| krijse | aanvoegende wijs |
| krijsend | onvoltooid, deelwoord |
| krijste | verleden tijd |
| te hebben gekrijst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te krijsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen krijsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekrijst | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekrijst | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekrijst | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekrijst | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekrijst | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekrijst | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekrijst | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekrijst | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekrijst | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekrijst | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekrijst | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekrijst | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekrijst | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen krijsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekrijst | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult krijsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord krijs
Herkomst
In de betekenis van ‘schel schreeuwen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Woordfamilie van krijsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekresen | voltooid deelwoord | krijsen |
| gekrijst | voltooid deelwoord | krijsen |
| krees | verleden tijd | krijsen |
| kresen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | krijsen |
| krijse | aanvoegende wijs | krijsen |
| krijsend | onvoltooid deelwoord | krijsen |
| krijsende | woordvorm | krijsen |
| krijst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | krijsen |
| krijste | verleden tijd | krijsen |
| krijsten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | krijsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krijsen zijn vastgelegd.