kreng
zelfstandig naamwoord, werkwoord krɛŋBetekenis
- al deels ontbonden dood lichaam van een dier
- gemeen of onaangenaam persoon (meestal van het vrouwelijke geslacht)
- ergerniswekkend ding
- aas, kadaver, lijk
- feeks, slet
Hoe spreek je kreng uit?
/krɛŋ/
Kreng bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
zelfstandig naamwoord — neuter
- het – vaak al deels ontbonden – stoffelijk overschot van bepaalde dieren (vooral vogels en zoogdieren)
- een gebruiksvoorwerp dat ergernis oproept informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| krengen | meervoud |
| krengetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| krengetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krengen
- gebiedende wijs van krengen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krengen
Vervoeging van kreng
krenghele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans. In de betekenis van ‘aas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1429, in die van ‘gemene vrouw of kind’ voor het eerst in het jaar 1617
Woordfamilie van kreng
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| krengen | meervoud | kreng |
| krengetje | verkleinwoord | kreng |
| krengetjes | verkleinwoord meervoud | kreng |
| gekrengd | woordvorm | krengen |
| krengde | woordvorm | krengen |
| krengden | woordvorm | krengen |
| krenge | woordvorm | krengen |
| krengend | woordvorm | krengen |
| krengende | woordvorm | krengen |
| krengt | woordvorm | krengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kreng zijn vastgelegd.