hoogedelgestreng
bijvoeglijk naamwoord hoxˌedɛlɣɛˈstrɛŋBetekenis
- aanspreektitel van hoge ambtenaren, commissarissen van de Koningin e.d
Hoe spreek je hoogedelgestreng uit?
/hoxˌedɛlxɛˈstrɛŋ/
Hoogedelgestreng bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| o | boot |
| x | acht |
| e | veel |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ŋ | ding |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- aanspreekvorm van een lid van de Staten-Generaal, commissaris van de Koning, burgemeester van een provinciehoofdstad, rijksambtenaar in de rang vanaf referendaris tot en met secretaris-generaal, hoofdofficier bij de krijgsmacht, lid van de Raad van State of de Algemene Rekenkamer, oud-minister of gezant formal
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoogedelgestrenge | verbogen, stellende trap |
| hoogedelgestrengs | partitief, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van hoogedel bn en gestreng bn
Woordfamilie van hoogedelgestreng
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoogedelgestrenge | verbogen vorm | hoogedelgestreng |
| hoogedelgestrengs | partitive, positive | hoogedelgestreng |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoogedelgestreng zijn vastgelegd.