kadaver
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dood lichaam van een dier
- (van mens of dier) kadaver, lijk
- (van een dier) kadaver, lijk
- een gebroken, krachteloze en uitgeleefde mens
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kadavers | meervoud |
| kadavertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kadavertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘lijk van dier’ voor het eerst aangetroffen in 1662
Woordfamilie van kadaver
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kadavers | meervoud | kadaver |
| kadavertje | verkleinwoord | kadaver |
| kadavertjes | verkleinwoord meervoud | kadaver |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kadaver zijn vastgelegd.