kouten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- gezellig praten zonder al te veel diepgang
- praten
Vervoeging van kouten
koutenhele werkwoord — koutteverleden tijd enkelvoud — kouttenverleden tijd meervoud — gekoutvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kout | koutte |
| jij | kout | koutte |
| hij, zij, het | kout | koutte |
| wij | kouten | koutten |
| jullie | kouten | koutten |
| zij | kouten | koutten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekout | verleden tijd, deelwoord |
| gekout te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekout zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekout | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekout | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekout | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekout | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekout | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekout | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekout | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekout | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekout | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekout | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekout | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekout | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekout | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekout | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekout | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kout | gebiedende wijs |
| koute | aanvoegende wijs |
| koutend | onvoltooid, deelwoord |
| koutte | verleden tijd |
| te hebben gekout | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kouten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kouten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekout hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekout hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekout hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekout hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekout hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekout hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekout hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekout hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekout hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekout hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kouten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekout hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekout hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekout hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kouten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekout hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kouten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kout
Herkomst
In de betekenis van ‘praten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Woordfamilie van kouten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekout | voltooid deelwoord | kouten |
| koute | aanvoegende wijs | kouten |
| koutend | onvoltooid deelwoord | kouten |
| koutende | woordvorm | kouten |
| koutte | verleden tijd | kouten |
| koutten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kouten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kouten zijn vastgelegd.