kout
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een gezellig babbeltje
- hoek; de ruimte in de hoek van een kamer
- hoek; plek
- (meestal in meervoud) inhammen; de hoeken in een teruglopende haargrens
- roh
- kraj
- smeden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kouten | meervoud |
| koutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koutjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van kouten
- gebiedende wijs van kouten
Vervoeging van kout
kouthele werkwoord