kotter
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈkɔtərBetekenis
- snelle lichte zeilboot met één achteroverhellende mast.
- visserijvaartuig voorzien van een motor.
Hoe spreek je kotter uit?
/ˈkɔtər/
Kotter bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kotters | meervoud |
| kottertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kottertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kotteren
- gebiedende wijs van kotteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kotteren
Vervoeging van kotter
kotterhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘zeilschip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1747-1787
Woordfamilie van kotter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kotters | meervoud | kotter |
| kottertje | verkleinwoord | kotter |
| kottertjes | verkleinwoord meervoud | kotter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kotter zijn vastgelegd.