tjotter
zelfstandig naamwoord ˈcɔtərBetekenis
- het kleinste van de open ronde Friese zeilscheepjes met een lengte over de stevens van ten hoogste 5,4 m, met zwaarden in plaats van een kiel
Hoe spreek je tjotter uit?
/ˈcɔtər/
Tjotter bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| c | tientje |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tjotters | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Fries, in de betekenis van ‘vaartuig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1872
Woordfamilie van tjotter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tjotters | meervoud | tjotter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tjotter zijn vastgelegd.