botter
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord ˈbɔtərBetekenis
- een visserschip met een platte bodem, dat gemaakt werd vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw
- boter
- boter; gekarnde en geknede room van melk, meestal gebruikt als voedingsstof
Hoe spreek je botter uit?
/ˈbɔtər/
Botter bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van bot
Woordfamilie van botter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bottertje | woordvorm | botter |
| bottertjes | meervoud | botter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van botter zijn vastgelegd.