Naar de inhoud

koteren

peuteren, (vooral van de tanden)

koteren

werkwoord

Betekenis

  1. peuteren, (vooral van de tanden)

Vervoeging van koteren

koterenhele werkwoord — koterdeverleden tijd enkelvoud — koterdenverleden tijd meervoud — gekoterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik koter koterde
jij kotert koterde
hij, zij, het kotert koterde
wij koteren koterden
jullie koteren koterden
zij koteren koterden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gekoterd verleden tijd, deelwoord
gekoterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekoterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekoterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekoterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekoterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekoterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekoterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekoterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekoterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekoterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekoterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekoterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekoterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekoterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekoterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekoterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekoterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
koter gebiedende wijs
koterde verleden tijd
kotere aanvoegende wijs
koterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekoterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te koteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen koteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekoterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekoterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekoterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal koteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal koteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal koteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekoterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekoterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekoterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou koteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou koteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou koteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekoterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekoterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekoterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden koteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden koteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden koteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekoterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt koteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekoterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekoterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekoterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen koteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen koteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen koteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen koteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekoterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult koteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse coter ?? met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van koteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekoterd voltooid deelwoord koteren
koterde verleden tijd koteren
koterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon koteren
kotere aanvoegende wijs koteren
koterend onvoltooid deelwoord koteren
koterende woordvorm koteren
kotert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon koteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over koteren

Wat is de betekenis van koteren?
Koteren is een werkwoord. De betekenis is: peuteren, (vooral van de tanden).
Hoe vervoeg ik koteren?
Zo vervoeg je koteren zo: de tegenwoordige tijd is koter, de verleden tijd is koterde en het voltooid deelwoord is gekoterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord koteren is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. O 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

koteren levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 91 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. O 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 91 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

koteren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

koteren in het kort

koteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van koteren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort koteren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

koteren: peuteren, (vooral van de tanden)
Deel koteren — standaardnederlands.nl