komeet
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een licht hemellichaam van ijs, gas en stof, zich in een baan ver buiten die van de planeten bewegend, dat bij het naderen van de zon een wolk van gas en gruis in de vorm van een staart ontwikkelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| komeetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| komeetjes | verkleinwoord, meervoud |
| kometen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘staartster’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van komeet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| komeetje | verkleinwoord | komeet |
| komeetjes | verkleinwoord meervoud | komeet |
| kometen | meervoud | komeet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van komeet zijn vastgelegd.