| - |
impersonal, passief
|
| ben gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is gekoeld |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gekoeld |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gekoeld |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gekoeld |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gekoeld worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gekoeld zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gekoeld worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gekoeld zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gekoeld |
verleden tijd, deelwoord
|
| gekoeld te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gekoeld te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gekoeld te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gekoeld te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gekoeld te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gekoeld worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gekoeld zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gekoeld zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gekoeld zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gekoeld zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gekoeld |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gekoeld |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gekoeld |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gekoeld |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gekoeld |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gekoeld |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gekoeld |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gekoeld |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| koel |
gebiedende wijs
|
| koelde |
verleden tijd
|
| koele |
aanvoegende wijs
|
| koelend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben gekoeld |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te koelen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen koelen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart gekoeld |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gekoeld |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren gekoeld |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gekoeld |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gekoeld |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was gekoeld |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was gekoeld |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gekoeld |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd gekoeld |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd gekoeld |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden gekoeld |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden gekoeld |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden gekoeld |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt gekoeld |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word gekoeld |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden gekoeld |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden gekoeld |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden gekoeld |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gekoeld |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt gekoeld |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal gekoeld hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gekoeld hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gekoeld hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gekoeld worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gekoeld worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gekoeld zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gekoeld zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt gekoeld |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou gekoeld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gekoeld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gekoeld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gekoeld worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gekoeld worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gekoeld worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gekoeld zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gekoeld zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gekoeld zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gekoeld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gekoeld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gekoeld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gekoeld worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden gekoeld worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden gekoeld worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gekoeld zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gekoeld zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gekoeld zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gekoeld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gekoeld worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gekoeld zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gekoeld hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gekoeld hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gekoeld hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gekoeld worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen gekoeld worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen gekoeld worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gekoeld zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gekoeld zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gekoeld zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen koelen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gekoeld hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gekoeld worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gekoeld zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult koelen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|