knikkeren
werkwoord ˈknɪkərə(n)Betekenis
- een spel met vele variëteiten gespeeld met knikkers
- ~ uit verwijderen, buiten spel of buiten de deur zetten
Hoe spreek je knikkeren uit?
/ˈknɪkərən/
Knikkeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van knikkeren
knikkerenhele werkwoord — knikkerdeverleden tijd enkelvoud — knikkerdenverleden tijd meervoud — geknikkerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | knikker | knikkerde |
| jij | knikkert | knikkerde |
| hij, zij, het | knikkert | knikkerde |
| wij | knikkeren | knikkerden |
| jullie | knikkeren | knikkerden |
| zij | knikkeren | knikkerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geknikkerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geknikkerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geknikkerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geknikkerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geknikkerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geknikkerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geknikkerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geknikkerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geknikkerd | verleden tijd, deelwoord |
| geknikkerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geknikkerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geknikkerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geknikkerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geknikkerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geknikkerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geknikkerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geknikkerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geknikkerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geknikkerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geknikkerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geknikkerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geknikkerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geknikkerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geknikkerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geknikkerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geknikkerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geknikkerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| knikker | gebiedende wijs |
| knikkerde | verleden tijd |
| knikkere | aanvoegende wijs |
| knikkerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geknikkerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te knikkeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen knikkeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geknikkerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geknikkerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geknikkerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geknikkerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geknikkerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geknikkerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geknikkerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geknikkerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geknikkerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geknikkerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geknikkerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geknikkerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geknikkerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geknikkerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geknikkerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geknikkerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geknikkerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geknikkerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geknikkerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geknikkerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geknikkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geknikkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geknikkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geknikkerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geknikkerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geknikkerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geknikkerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geknikkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geknikkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geknikkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geknikkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geknikkerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geknikkerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geknikkerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geknikkerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geknikkerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geknikkerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geknikkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geknikkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geknikkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geknikkerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geknikkerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geknikkerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geknikkerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geknikkerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geknikkerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geknikkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geknikkerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geknikkerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geknikkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geknikkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geknikkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geknikkerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geknikkerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geknikkerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geknikkerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geknikkerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geknikkerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen knikkeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geknikkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geknikkerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geknikkerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult knikkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van knikker met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van knikkeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geknikkerd | voltooid deelwoord | knikkeren |
| geknikkerde | woordvorm | knikkeren |
| knikkerde | verleden tijd | knikkeren |
| knikkerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | knikkeren |
| knikkere | aanvoegende wijs | knikkeren |
| knikkerend | onvoltooid deelwoord | knikkeren |
| knikkerende | woordvorm | knikkeren |
| knikkert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | knikkeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knikkeren zijn vastgelegd.