keukendoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- in de keuken gebruikte doek als hulpmiddel bij het bereiden van voedsel
- een doek om de vaat af te drogen, vaatdoek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| keukendoeken | meervoud |
| keukendoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| keukendoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van keuken en doek
Woordfamilie van keukendoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| keukendoeken | meervoud | keukendoek |
| keukendoekje | verkleinwoord | keukendoek |
| keukendoekjes | verkleinwoord meervoud | keukendoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van keukendoek zijn vastgelegd.