kavelen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkavələ(n)Betekenis
- verloten
- splitsen
- verdelen in kavels
- overwegen
Hoe spreek je kavelen uit?
/ˈkavələn/
Kavelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| v | vis |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van kavelen
kavelenhele werkwoord — kaveldeverleden tijd enkelvoud — kaveldenverleden tijd meervoud — gekaveldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kavel | kavelde |
| jij | kavelt | kavelde |
| hij, zij, het | kavelt | kavelde |
| wij | kavelen | kavelden |
| jullie | kavelen | kavelden |
| zij | kavelen | kavelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekaveld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekaveld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekaveld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekaveld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekaveld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekaveld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekaveld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekaveld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekaveld | verleden tijd, deelwoord |
| gekaveld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekaveld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekaveld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekaveld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekaveld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekaveld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekaveld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekaveld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekaveld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekaveld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekaveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekaveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekaveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekaveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekaveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekaveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekaveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekaveld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kavel | gebiedende wijs |
| kavelde | verleden tijd |
| kavele | aanvoegende wijs |
| kavelend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekaveld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kavelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kavelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekaveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekaveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekaveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekaveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekaveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekaveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekaveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekaveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekaveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekaveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekaveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekaveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekaveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekaveld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekaveld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekaveld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekaveld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekaveld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kavelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekaveld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kavel
Herkomst
ww kavel zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van kavelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekaveld | voltooid deelwoord | kavelen |
| gekavelde | woordvorm | kavelen |
| kavelde | verleden tijd | kavelen |
| kavelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kavelen |
| kavele | aanvoegende wijs | kavelen |
| kavelend | onvoltooid deelwoord | kavelen |
| kavelende | woordvorm | kavelen |
| kavelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kavelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kavelen zijn vastgelegd.