Naar de inhoud

kavelen

verloten

kavelen is meer dan één woord

kavelen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkavələ(n)

Betekenis

  1. verloten
  2. splitsen
  3. verdelen in kavels
  4. overwegen

Hoe spreek je kavelen uit?

/ˈkavələn/

Kavelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkavələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
a maan
v vis
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van kavelen

kavelenhele werkwoord — kaveldeverleden tijd enkelvoud — kaveldenverleden tijd meervoud — gekaveldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kavel kavelde
jij kavelt kavelde
hij, zij, het kavelt kavelde
wij kavelen kavelden
jullie kavelen kavelden
zij kavelen kavelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekaveld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekaveld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekaveld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekaveld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekaveld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekaveld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekaveld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekaveld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekaveld verleden tijd, deelwoord
gekaveld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekaveld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekaveld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekaveld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekaveld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekaveld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekaveld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekaveld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekaveld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekaveld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekaveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekaveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekaveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekaveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekaveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekaveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekaveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekaveld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kavel gebiedende wijs
kavelde verleden tijd
kavele aanvoegende wijs
kavelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekaveld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kavelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kavelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekaveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekaveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekaveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekaveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekaveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekaveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekaveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekaveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekaveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekaveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekaveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekaveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekaveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekaveld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekaveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekaveld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekaveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekaveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekaveld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekaveld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekaveld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekaveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekaveld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekaveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekaveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekaveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekaveld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekaveld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekaveld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kavelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekaveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekaveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekaveld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kavel

Herkomst

ww kavel zn met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van kavelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekaveld voltooid deelwoord kavelen
gekavelde woordvorm kavelen
kavelde verleden tijd kavelen
kavelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kavelen
kavele aanvoegende wijs kavelen
kavelend onvoltooid deelwoord kavelen
kavelende woordvorm kavelen
kavelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kavelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kavelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kavelen

Hoe spreek ik kavelen uit?
Zo spreek je kavelen uit: /ˈkavələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van kavelen?
Kavelen is een werkwoord. De betekenis is: verloten. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kavelen?
Zo vervoeg je kavelen zo: de tegenwoordige tijd is kavel, de verleden tijd is kavelde en het voltooid deelwoord is gekaveld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kavelen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kavelen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

kavelen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kavelen in het kort

kavelen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kavelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kavelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kavelen: verloten
Deel kavelen — standaardnederlands.nl