Naar de inhoud

kassen

elkaar door op het water te slaan nat spatten

kassen is meer dan één woord

kassen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. elkaar door op het water te slaan nat spatten
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van kassen

kassenhele werkwoord — kasteverleden tijd enkelvoud — kastenverleden tijd meervoud — gekastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kas kaste
jij kast kaste
hij, zij, het kast kaste
wij kassen kasten
jullie kassen kasten
zij kassen kasten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekast verleden tijd, deelwoord
gekast te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekast te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekast te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekast te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekast worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekast zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekast zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekast zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kas gebiedende wijs
kasse aanvoegende wijs
kassend onvoltooid, deelwoord
kaste verleden tijd
te hebben gekast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekast voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekast voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kas

Woordfamilie van kassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekast voltooid deelwoord kassen
gekaste woordvorm kassen
kasse aanvoegende wijs kassen
kassend onvoltooid deelwoord kassen
kassende woordvorm kassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kassen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kassen

Wat is de betekenis van kassen?
Kassen is een werkwoord. De betekenis is: elkaar door op het water te slaan nat spatten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kassen?
Zo vervoeg je kassen zo: de tegenwoordige tijd is kas, de verleden tijd is kaste en het voltooid deelwoord is gekast. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kassen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kassen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kassen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kassen in het kort

kassen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kassen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kassen bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kassen: elkaar door op het water te slaan nat spatten
Deel kassen — standaardnederlands.nl