kaste
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈkɑstəBetekenis
- een streng gescheiden stand binnen de hindoeïstische samenleving
- een zeer gesloten sociale kring
- doopsel
- kast
Hoe spreek je kaste uit?
/ˈkɑstə/
Kaste bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- streng gescheiden stand binnen de hindoeïstische samenleving
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van kassen
Vervoeging van kaste
kastehele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘stand binnen het hindoeïsme’ voor het eerst aangetroffen in 1743