Naar de inhoud

karakteriseren

kenmerken

karakteriseren

werkwoord

Betekenis

  1. kenmerken

Vervoeging van karakteriseren

karakteriserenhele werkwoord — karakteriseerdeverleden tijd enkelvoud — karakteriseerdenverleden tijd meervoud — gekarakteriseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik karakteriseer karakteriseerde
jij karakteriseert karakteriseerde
hij, zij, het karakteriseert karakteriseerde
wij karakteriseren karakteriseerden
jullie karakteriseren karakteriseerden
zij karakteriseren karakteriseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekarakteriseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekarakteriseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekarakteriseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekarakteriseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekarakteriseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekarakteriseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekarakteriseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekarakteriseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekarakteriseerd verleden tijd, deelwoord
gekarakteriseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekarakteriseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekarakteriseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekarakteriseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekarakteriseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekarakteriseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekarakteriseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekarakteriseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekarakteriseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekarakteriseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekarakteriseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
karakteriseer gebiedende wijs
karakteriseerde verleden tijd
karakterisere aanvoegende wijs
karakteriserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekarakteriseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te karakteriseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen karakteriseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekarakteriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekarakteriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekarakteriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekarakteriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekarakteriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekarakteriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekarakteriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekarakteriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekarakteriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekarakteriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekarakteriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekarakteriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekarakteriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekarakteriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekarakteriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekarakteriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekarakteriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekarakteriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekarakteriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekarakteriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekarakteriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekarakteriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekarakteriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekarakteriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekarakteriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekarakteriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekarakteriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekarakteriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekarakteriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekarakteriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekarakteriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekarakteriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekarakteriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekarakteriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekarakteriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekarakteriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekarakteriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekarakteriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekarakteriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekarakteriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekarakteriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekarakteriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekarakteriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekarakteriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekarakteriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekarakteriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekarakteriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekarakteriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekarakteriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekarakteriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekarakteriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekarakteriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen karakteriseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekarakteriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekarakteriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekarakteriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult karakteriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse caractériser (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van karakteriseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekarakteriseerd voltooid deelwoord karakteriseren
gekarakteriseerde woordvorm karakteriseren
karakteriseer gebiedende wijs karakteriseren
karakteriseerde verleden tijd karakteriseren
karakteriseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon karakteriseren
karakteriseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon karakteriseren
karakterisere aanvoegende wijs karakteriseren
karakteriserend onvoltooid deelwoord karakteriseren
karakteriserende woordvorm karakteriseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van karakteriseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over karakteriseren

Wat betekent karakteriseren?
Karakteriseren is een werkwoord. Het woord betekent: kenmerken.
Hoe vervoeg je karakteriseren?
Je vervoegt karakteriseren als volgt: de tegenwoordige tijd is karakteriseer, de verleden tijd is karakteriseerde en het voltooid deelwoord is gekarakteriseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord karakteriseren is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. A 1
  5. K 3
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. I 1
  10. S 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

karakteriseren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. A 1
  5. K 3
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. I 2
  10. S 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 24 zonder bonus
  16. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

karakteriseren in het kort

karakteriseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van karakteriseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort karakteriseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

karakteriseren: kenmerken
Deel karakteriseren — standaardnederlands.nl