karakteriseren
werkwoordBetekenis
- kenmerken
Vervoeging van karakteriseren
karakteriserenhele werkwoord — karakteriseerdeverleden tijd enkelvoud — karakteriseerdenverleden tijd meervoud — gekarakteriseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | karakteriseer | karakteriseerde |
| jij | karakteriseert | karakteriseerde |
| hij, zij, het | karakteriseert | karakteriseerde |
| wij | karakteriseren | karakteriseerden |
| jullie | karakteriseren | karakteriseerden |
| zij | karakteriseren | karakteriseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekarakteriseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekarakteriseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekarakteriseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekarakteriseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekarakteriseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekarakteriseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekarakteriseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekarakteriseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekarakteriseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gekarakteriseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekarakteriseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekarakteriseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekarakteriseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekarakteriseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekarakteriseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekarakteriseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekarakteriseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekarakteriseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekarakteriseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekarakteriseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| karakteriseer | gebiedende wijs |
| karakteriseerde | verleden tijd |
| karakterisere | aanvoegende wijs |
| karakteriserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekarakteriseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te karakteriseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen karakteriseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekarakteriseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekarakteriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekarakteriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekarakteriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekarakteriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekarakteriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekarakteriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekarakteriseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekarakteriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekarakteriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekarakteriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekarakteriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekarakteriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekarakteriseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekarakteriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekarakteriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekarakteriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekarakteriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekarakteriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekarakteriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekarakteriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekarakteriseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekarakteriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekarakteriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekarakteriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekarakteriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekarakteriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekarakteriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekarakteriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekarakteriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekarakteriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekarakteriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekarakteriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekarakteriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekarakteriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekarakteriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekarakteriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekarakteriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekarakteriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekarakteriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekarakteriseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekarakteriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekarakteriseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekarakteriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekarakteriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekarakteriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekarakteriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekarakteriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekarakteriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekarakteriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekarakteriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekarakteriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen karakteriseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekarakteriseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekarakteriseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekarakteriseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult karakteriseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse caractériser (met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van karakteriseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekarakteriseerd | voltooid deelwoord | karakteriseren |
| gekarakteriseerde | woordvorm | karakteriseren |
| karakteriseer | gebiedende wijs | karakteriseren |
| karakteriseerde | verleden tijd | karakteriseren |
| karakteriseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | karakteriseren |
| karakteriseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | karakteriseren |
| karakterisere | aanvoegende wijs | karakteriseren |
| karakteriserend | onvoltooid deelwoord | karakteriseren |
| karakteriserende | woordvorm | karakteriseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van karakteriseren zijn vastgelegd.